Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[bezwaarde] ,
Feiten
Procedure
Bezwaar
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Beoordeling
Beslissing
horen als getuige van [getuige 1], geboren [geboortedag 2] 1976 te [geboorteplaats 2] , wonende [adres getuige] .
Rechtbank Amsterdam
In deze strafzaak heeft de raadsman van de bezwaarde verzocht om het horen van een getuige die mogelijk kan aantonen dat contante betalingen in de handel in fruit en groente hebben plaatsgevonden en dat deze betalingen niet uit enig misdrijf voortkomen.
De rechter-commissaris had dit verzoek aanvankelijk afgewezen omdat de naam van de getuige niet in de boekhouding van de bezwaarde voorkomt, waardoor een verklaring van deze getuige volgens hem niet zou bijdragen aan de zaak.
De raadsman stelde echter dat juist het ontbreken van de naam in de boekhouding aansluit bij de stelling van het Openbaar Ministerie dat niet alle daadwerkelijke afnemers in de boekhouding zijn opgenomen. Het horen van de getuige is daarom relevant voor de beantwoording van de vragen uit het Wetboek van Strafvordering.
De officier van justitie wijzigde zijn standpunt en concludeerde tot gegrondverklaring van het bezwaar, omdat de discussie over contante betalingen anders zou blijven hangen.
De rechtbank oordeelde dat de onderzoekshandeling het horen van de getuige moet worden toegewezen en vernietigde de eerdere beslissing van de rechter-commissaris.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering om de getuige te horen is gegrond verklaard en de rechter-commissaris wordt bevolen de getuige te horen.