ECLI:NL:RBAMS:2023:1507
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot machtiging gijzeling wegens onvoldoende bewijs betalingsonwil
Het gerechtshof Amsterdam legde aan de veroordeelde een ontnemingsmaatregel op van €669.940,00 met een maximale gijzelingstermijn van 1080 dagen. Na beslag resteerde een openstaand bedrag van €555.926,83. De veroordeelde heeft sinds de vordering slechts €1.250,00 betaald.
De officier van justitie verzocht om machtiging tot gijzeling wegens vermeende betalingsonwil. De verdediging stelde dat er geen betalingsonwil is, maar een patstelling met het CJIB vanwege onrealistische betalingsvoorwaarden. De veroordeelde toonde bereidheid tot aflossing binnen zijn mogelijkheden.
De rechtbank concludeerde dat het CJIB geen onderzoek naar het vermogen van de veroordeelde had gedaan en geen poging tot verhaal met deurwaarder had ondernomen. De voorgestelde betalingsregeling was niet aangepast aan de financiële situatie van de veroordeelde. Daarom was onvoldoende bewijs voor betalingsonwil en werd de vordering afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot machtiging gijzeling af wegens onvoldoende bewijs van betalingsonwil.