ECLI:NL:RBAMS:2023:1655

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 maart 2023
Publicatiedatum
22 maart 2023
Zaaknummer
13/005735-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering verdachte op basis van Europees aanhoudingsbevel ondanks detentieomstandigheden

De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 februari 2023 het verzoek tot overlevering van een verdachte aan België op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen. De verdachte werd verdacht van medeplichtigheid aan een criminele organisatie die zich bezighield met illegale handel in cocaïne.

De verdediging voerde aan dat het EAB onvoldoende concreet was en dat de detentieomstandigheden in de Brugse gevangenis ontoereikend waren, mede onderbouwd met een nieuwsbericht over overbevolking en incidenten. De rechtbank oordeelde dat het EAB voldeed aan de wettelijke eisen, met voldoende omschrijving van de feiten, betrokkenheid en naleving van het specialiteitsbeginsel.

Ten aanzien van de detentieomstandigheden gaf België garanties dat de verdachte na overlevering in een gevangenis met voldoende leefruimte, afgescheiden sanitair en toegang tot dagactiviteiten zal worden geplaatst. De rechtbank achtte deze garanties voldoende en verwierp het verweer op basis van het nieuwsbericht.

De rechtbank concludeerde dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn en stond de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan België toe ondanks bezwaren over detentieomstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/005735-23
RK nummer: 23/81
Datum uitspraak: 8 maart 2023
UITSPRAAK
op de vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 14 december 2022 door de Rechtbank van Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, België, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1986,
opgegeven woonadres: [adres],
gedetineerd in [detentieadres].
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 22 februari 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Diependaal, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door mr. L. van Tiggelen, waarnemend voor de raadsman van de opgeëiste persoon, mr. A. Çinar, beiden advocaat in Heerlen.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Marokkaanse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een Aanhoudingsmandaat bij verstek van 14 december 2022, uitgevaardigd door de onderzoeksrechter bij de Rechtbank van Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Belgisch recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]
3.1
Genoegzaamheid
De raadsvrouw heeft betoogd dat de overlevering moet worden geweigerd omdat de feitsomschrijving niet voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. In het EAB staat slechts één zin over de opgeëiste persoon, terwijl alle overige informatie ziet op de gestelde criminele organisatie. De mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon hierbij wordt niet beschreven. Het is niet juist dat de opgeëiste persoon zich zou onttrekken aan de Belgische politiediensten, zoals is vermeld in het EAB.
De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens moet bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Verder moet het voor de rechtbank duidelijk zijn of het verzoek voldoet aan de in de OLW genoemde vereisten. Zo moet het EAB een beschrijving bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval: het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Die beschrijving moet ook de naleving van het specialiteitsbeginsel kunnen waarborgen.
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat aan deze vereisten is voldaan. Uit het EAB en Form A van de Sirene-signalering volgt dat de opgeëiste persoon – kort gezegd – wordt verdacht van betrokkenheid als medeplichtige bij de in onderdeel e) van het EAB omschreven criminele organisatie die zich in de periode van 1 januari 2022 tot 14 december 2022 bezig zou hebben gehouden met illegale handel in verdovende middelen (cocaïne) in verschillende (pleeg)plaatsen in België.
De stelling dat de opgeëiste persoon zich in de aanloop naar de uitvaardiging van dit EAB niet heeft onttrokken aan oproepen van de Belgische politiediensten, wat daarvan ook zij, doet niet af aan de genoegzame omschrijving van deze verdenking.
Het verweer wordt verworpen.

4.Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder de nummers 1 en 5, te weten:
deelneming aan een criminele organisatie
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen
Uit het EAB volgt dat op de feiten naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Artikel 11 OLW Pro - detentieomstandigheden

Bij brief van 6 januari 2023 van het Directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele rechten en Vrijheden, Dienst internationale samenwerking in strafzaken - Centrale autoriteit is de volgende garantie gegeven:

1.In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon gedetineerd worden?[opgeëiste persoon] zal worden opgesloten in de gevangenis van Brugge indien na overlevering door de bevoegde gerechtelijke autoriteit wordt beslist dat de persoon in voorlopige hechtenis dient te blijven.

2. Welke waarborgen worden gegarandeerd inzake de detentieomstandigheden in de detentie-instelling?België garandeert dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden opgesloten in een instelling en op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden) met in begrip van voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair en dagactiviteiten buiten de cel.
In deze zaak garandeert België de volgende waarborgen inzake de detentieomstandigheden waar [opgeëiste persoon] aan zal worden onderworpen na overlevering:
- De opgeëiste persoon zal niet worden opgesloten in een cel met minder dan 3m2 individuele levensruimte. Dit geldt zowel indien de opgeëiste persoon in een eenpersoons- als in een meerpersoonscel zou worden opgesloten.
- De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m2 inclusief vast meubilair. De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel inclusief vast meubilair en sanitair is 11m2.
o
De sanitair blokken omvatten een wasbak en een toilet dat is afgescheiden van de rest van de cel door een muur of scherm
o
Het vast meubilair omvat onder andere een tafel, kast, bed en bureau.
- De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen.
- Er worden verschillende dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder geval regelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken alsook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes. Aanvullende activiteiten zoals sport en arbeid zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten.

3.Sanitaire en hygiëne omstandigheden

Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren.

De raadsvrouw heeft betoogd dat niet kan worden vertrouwd op de verstrekte garantie, omdat ook in de detentie-instelling in Brugge - de instelling waar de opgeëiste persoon zal worden geplaatst - de omstandigheden nog altijd ondermaats zijn. Zij heeft hierbij gewezen op een nieuwsbericht van 17 februari 2023 getiteld:
Overbevolking in Brugse gevangenis loopt spuigaten uit: “Met drie in één cel van 8 vierkante meter. Elke dag zijn er incidenten”. [4] Aan het EAB dient daarom geen gevolg te worden gegeven.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verstrekte individuele garantie voldoet.
De rechtbank overweegt als volgt. Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie. [5]
Gelet op deze garantie van de Belgische autoriteiten, is de rechtbank van oordeel dat het vastgestelde reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden hiermee voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Het nieuwsbericht waarnaar de raadsvrouw verwijst, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Hiervoor is het volgende van belang. Een enkel nieuwsbericht is niet (zonder meer) te beschouwen als een bron voor objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens met betrekking tot de detentieomstandigheden. [6] Daarnaast strookt het in dit mediabericht geschetste beeld met het eerdere oordeel van de rechtbank dat er een reëel gevaar bestaat dat personen die in België zijn gedetineerd, onmenselijk of vernederend worden behandeld. Dat de rechtbank niet kan uitgaan van de hiervoor opgenomen individuele garantie, volgt echter niet uit meergenoemd mediabericht. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de Rechtbank van Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, België, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en C.A. van Dijk, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 8 maart 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.https://www.pzc.nl/brugge/overbevolking-in-brugse-gevangenis-loopt-spuigaten-uit-met-drie-in-een-cel-van-8-vierkante-meter-elke-dag-zijn-er-incidenten~a5ab8b17/
5.HvJ EU van 25 juli 2018, zaak ML, ECLI:EU:C:2018:589.
6.Vergelijk HvJ EU, 5 april 2016, ECLI:EU:C:2016:198 (Aranyosi en Căldăraru), punt 89 e.v..