Drie besloten vennootschappen binnen een zorggroep hebben gezamenlijk een verzoek tot homologatie van schuldenakkoorden ingediend bij de rechtbank Amsterdam. Deze akkoorden zijn aangeboden aan hun schuldeisers om een faillissement af te wenden en de continuïteit van de ondernemingen te waarborgen.
De rechtbank stelde vast dat de vennootschappen een groep vormen als bedoeld in artikel 2:24b BW en dat de rechtbank Amsterdam bevoegd was de verzoeken te behandelen. Alle stemgerechtigde schuldeisers hebben ingestemd met de akkoorden, hoewel enkele schuldeisers tegenstemden of niet stemden. De rechtbank beoordeelde dat de akkoorden voldoen aan de wettelijke vereisten, dat de schuldenaren in een toestand verkeren waarin zij hun schulden niet kunnen voldoen, en dat de nakoming van de akkoorden voldoende is gewaarborgd.
De financiële deskundige Kruger heeft de activa, vereffeningswaarde en reorganisatiewaarde vastgesteld, waaruit blijkt dat de schuldeisers met het akkoord aanzienlijk beter af zijn dan bij faillissement. De rechtbank concludeerde dat geen afwijzingsgronden aanwezig zijn en heeft het verzoek tot homologatie van de akkoorden toegewezen, waarmee de akkoorden bindend worden voor alle schuldeisers.