De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 maart 2023 het verzoek tot overlevering van een Poolse verdachte op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten. De verdachte werd verdacht van vervalsing van administratieve documenten en handel in valse betaalmiddelen, strafbare feiten volgens de Poolse wet.
Hoewel de rechtbank erkent dat er structurele en fundamentele gebreken zijn in de Poolse rechtsorde die het recht op een eerlijk proces kunnen bedreigen, concludeert zij dat in deze zaak geen concreet individueel gevaar bestaat voor de verdachte. De omstandigheid dat de Poolse overheid als benadeelde partij optreedt in een belastingzaak leidt niet tot een vermoeden van oneerlijke behandeling.
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de formele eisen van de Overleveringswet en dat er geen weigeringsgronden zijn. De wettelijke termijn voor besluitvorming was verstreken, maar dit ontslaat de rechtbank niet van haar verplichting tot beslissing. De overlevering wordt daarom toegestaan zonder dat de verdachte gevangen mag worden gehouden wegens termijnoverschrijding.
Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De beslissing is genomen door de rechtbank Amsterdam, in aanwezigheid van de griffier, en is openbaar uitgesproken op 21 maart 2023.