ECLI:NL:RBAMS:2023:1710

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 maart 2023
Publicatiedatum
24 maart 2023
Zaaknummer
13/751070-20
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 OLWArt. 23 OLWArt. 29 OLW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens intrekking Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 9 maart 2023 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Spanje op 9 december 2019. De opgeëiste persoon, die de Nederlandse nationaliteit bezit, was aanwezig en werd bijgestaan door haar raadsman.

Tijdens de procedure bleek uit de ontvangen stukken dat het EAB door de Spaanse justitiële autoriteit was ingetrokken. Op grond hiervan verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering om het EAB in behandeling te nemen. Tevens werd de geschorste overleveringsdetentie opgeheven.

De uitspraak is gedaan door de rechtbank in aanwezigheid van de voorzitter en twee rechters, en is onherroepelijk omdat tegen deze beslissing geen gewoon rechtsmiddel openstaat volgens de Overleveringswet.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot in behandeling nemen van het ingetrokken Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751070-20
RK nummer: 23/217
Datum uitspraak: 9 maart 2023
UITSPRAAK
op de vordering van de officier van justitie van 23 januari 2023 bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1] Dit EAB is uitgevaardigd op
9 december 2019 door
the Examining Magistrates’ Court no. 4 of Barcelona(Spanje) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1964,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 9 maart 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.P. Sholeh, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door haar raadsman, mr. J.W. Ebbink, advocaat in Haarlem.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Uit stukken die de rechtbank voorafgaand aan de zitting heeft ontvangen blijkt dat het voorliggende EAB door de uitvaardigende justitiële autoriteit is ingetrokken. Gelet hierop verklaart de rechtbank de officier van justitie, overeenkomstig zijn verzoek en dat van de raadsman, niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
4. Beslissing
VERKLAARTde officier van justitie
NIET-ONTVANKELIJKin de vordering van
23 januari 2023 tot het in behandeling nemen van het EAB.
HEFT OPde geschorste overleveringsdetentie. Een opheffingsbeslissing is apart opgemaakt.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,
mrs. M. van Mourik en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 9 maart 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.