De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek van het Amtsgericht Bielefeld uit Duitsland, ingediend op 31 mei 2022, om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging van een overgeleverde persoon voor een feit dat vóór de overlevering zou zijn begaan.
De rechtbank constateerde dat uit het dossier niet bleek dat de overgeleverde persoon de mogelijkheid had gehad om zijn opmerkingen en bezwaren kenbaar te maken. Daarom werd het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) gevraagd nadere vragen te stellen aan de Duitse justitiële autoriteit.
Na meerdere navraagmomenten informeerde het IRC dat het verzoek om aanvullende toestemming per 21 juni 2022 was ingetrokken door de Duitse autoriteit. Gevolg hiervan was dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard in haar vordering tot het in behandeling nemen van het verzoek.
De rechtbank verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering op 9 februari 2023, waarbij de beslissing werd genomen door voorzitter M. van Mourik en rechters A.J.R.M. Vermolen en L. Sanders, in aanwezigheid van griffier A.T.P. van Munster.