Verzoekster exploiteert sinds oktober 2020 een horecabedrijf waarvoor zij een exploitatievergunning horeca 4 heeft aangevraagd. De gemeente Amsterdam heeft deze aanvraag afgewezen omdat het bedrijf niet voldoet aan de criteria van horeca 4, maar feitelijk een horeca 1 (fastfood) onderneming betreft, wat niet is toegestaan volgens het bestemmingsplan.
Verzoekster betoogt dat zij voldoet aan alle voorwaarden en beroept zich op het vertrouwensbeginsel, rechtszekerheid en overgangsrecht, mede omdat de vorige eigenaar een vergelijkbare vergunning had en er geen handhaving heeft plaatsgevonden. De voorzieningenrechter oordeelt dat het bedrijf een fastfoodbedrijf is, gericht op snel en eenvoudig te bereiden gemaksvoedsel, en dat het beroep op overgangsrecht niet slaagt.
Het vertrouwensbeginsel wordt erkend in de eerste twee stappen, maar het algemeen belang weegt zwaarder dan het belang van verzoekster. De gemeente heeft destijds een fout gemaakt bij vergunningverlening, maar is niet gehouden deze fouten voort te zetten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.