De rechtbank Amsterdam heeft op 18 januari 2023 uitspraak gedaan over de vordering van het openbaar ministerie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Osnabrück in Duitsland. De opgeëiste persoon, een Nederlander geboren in 1978, werd verdacht van oplichting en valsheid in geschrifte, strafbare feiten die in Duitsland met een gevangenisstraf van ten minste drie jaar worden bestraft.
Tijdens de zitting op 4 januari 2023 verscheen de verdachte, bijgestaan door zijn advocaat. De rechtbank verlengde de beslistermijn met 30 dagen en stelde vast dat het EAB voldoet aan de formele eisen van de Overleveringswet. De verdachte erkende zijn identiteit en nationaliteit. De Duitse autoriteiten gaven een garantie dat bij veroordeling tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de straf in Nederland kan worden uitgezeten.
De rechtbank concludeerde dat er geen weigeringsgronden zijn en dat de overlevering kan worden toegestaan. De beslissing is definitief en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open. De overlevering betreft de feiten zoals omschreven in het EAB, waaronder oplichting en valsheid in geschrifte, en is in overeenstemming met de toepasselijke Nederlandse en Europese regelgeving.