Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2023:1927

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 maart 2023
Publicatiedatum
30 maart 2023
Zaaknummer
13/000935-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens niet betalen kinderalimentatie

De rechtbank Amsterdam behandelde op 14 maart 2023 het verzoek tot overlevering van een Poolse onderdaan op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een Poolse rechtbank. De opgeëiste persoon is veroordeeld voor het niet betalen van kinderalimentatie, waarvoor een voorwaardelijke gevangenisstraf van elf maanden is opgelegd, waarvan nog negen maanden en zesentwintig dagen resteren.

De verdediging voerde aan dat overlevering geweigerd moet worden omdat het feit in Nederland niet strafbaar is. De officier van justitie stelde echter dat de weigeringgrond niet van toepassing is omdat er geen aanknopingspunten zijn met de Nederlandse rechtsorde en weigering zou leiden tot straffeloosheid.

De rechtbank stelde vast dat het feit van niet betalen van kinderalimentatie niet strafbaar is in Nederland en dat er geen aanwijzingen zijn dat de opgeëiste persoon opzet had gericht op het in een hulpeloze toestand brengen van het kind. Desondanks oordeelde de rechtbank dat vanwege het ontbreken van aanknopingspunten met de Nederlandse rechtsorde en het feit dat het een interne Poolse zaak betreft, overlevering niet geweigerd moet worden om straffeloosheid te voorkomen.

De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering toe van de opgeëiste persoon op grond van het Europees aanhoudingsbevel wegens niet betalen van kinderalimentatie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/000935-23
RK nummer: 23/155
Datum uitspraak: 14 maart 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 12 januari 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 26 oktober 2022 door
the District Court of Zamość(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1986,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 28 februari 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon heeft op 27 februari 2023 afstand gedaan van zijn recht ter terechtzitting aanwezig te zijn. Hij is vertegenwoordigd door zijn raadsman, mr. A.M.C.J. Baaijens, advocaat in Utrecht.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van
the Regional Court of Gliwice(Polen) van 9 september 2015, onherroepelijk op 22 september 2015, referentienummer IX K 1821/13.
Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van elf maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is voorwaardelijk aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Op 23 mei 2019 heeft
the Regional court of Tomaszów Lubekside tenuitvoerlegging van deze straf bevolen (referentienummer II Ko. 3510/19). Van deze straf resteren volgens het EAB nog negen maanden en zesentwintig dagen.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid: feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De opgeëiste persoon is in Polen veroordeeld wegens het niet betalen van kinderalimentatie, terwijl hij daartoe wettelijk verplicht was op basis van een rechterlijke beslissing.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft aangevoerd dat de overlevering dient te worden geweigerd. De feiten waarvoor de opgeëiste persoon in dit vonnis is veroordeeld betreffen het niet betalen van kinderalimentatie en dit is niet strafbaar in Nederland.
Standpunt van de officier van justitie
Het niet betalen van kinderalimentatie is weliswaar niet strafbaar naar Nederlands recht, maar van de weigeringsgrond van artikel 7 OLW Pro dient te worden afgezien nu er geen aanknopingspunten zijn met de Nederlandse rechtsorde.
Oordeel van de rechtbank
De feiten zoals omschreven in het EAB betreffen
het niet betalen van kinderalimentatie. Dit is naar Nederlands recht niet strafbaar. De rechtbank kan aan de hand van het EAB immers niet vaststellen dat de opgeëiste persoon tijdens het begaan van deze feiten (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het in een hulpeloze toestand brengen of laten van zijn kind. [4] De rechtbank ziet echter aanleiding om van weigering af te zien, omdat zij van oordeel is dat onvoldoende aanleiding voor weigering bestaat. De rechtbank vindt daarbij redengevend dat het feit geen aanknopingspunten met de Nederlandse rechtsorde heeft. Het feit is begaan door een onderdaan van Polen tegen een andere onderdaan van Polen. Evenmin is sprake van een situatie waarin de opgeëiste persoon kan worden gelijkgesteld met een Nederlander, waardoor de straf niet door Nederland wordt overgenomen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een weigering zou leiden tot straffeloosheid. Dit dient naar het oordeel van de rechtbank dan ook te worden voorkomen. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 van de Overleveringswet.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the District Court of Zamość(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 14 maart 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Zie onder andere: rechtbank Amsterdam, 8 oktober 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:7548.