ECLI:NL:RBAMS:2023:2076
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging tot verkrachting en aanranding wilsonbekwame man in verzorgingstehuis
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van poging tot verkrachting en aanranding van een 80-jarige man met een geestelijke stoornis in een verzorgingstehuis. De aangifte kwam van het slachtoffer, die gedetailleerd vertelde over het incident. Diverse getuigen bevestigden dat het slachtoffer hierover had gesproken en camerabeelden toonden een persoon die overeenkwam met verdachte.
Verdachte ontkende de beschuldigingen en verklaarde dat hij de kamer van het slachtoffer alleen bezocht om een praatje te maken, omdat het slachtoffer eenzaam was. De rechtbank onderzocht de betrouwbaarheid van de verklaringen, waarbij werd vastgesteld dat het slachtoffer dementerend en vergeetachtig was, wat de betrouwbaarheid van zijn verklaring bemoeilijkte. Daarnaast waren de getuigenverklaringen grotendeels afkomstig van dezelfde bron, namelijk het slachtoffer zelf.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van het slachtoffer onvoldoende betrouwbaar was en dat er onvoldoende steunbewijs was om aan het bewijsminimum te voldoen zoals vereist door artikel 342 lid 2 Sv Pro. De verklaringen van getuigen en de omstandigheden boden onvoldoende zekerheid over wat er die nacht precies was gebeurd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs en gebrek aan steunbewijs.