Uitspraak
[de moeder], wonende te [woonplaats] ,
[de vader], wonende te [woonplaats] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
5.De beslissing
pro formaaan voor de duur van 6 maanden tot
30 augustus 2023;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek van Jeugdbescherming om de omgangsregeling tussen de moeder en haar minderjarige kind, geboren in 2010, te wijzigen. Het kind is sinds 2015 uit huis geplaatst en onder voogdij van Jeugdbescherming. De ouders verloren het gezag in 2018. Een omgangsregeling werd in 2020 vastgesteld waarbij de omgang onder begeleiding plaatsvond en met strikte voorwaarden.
Jeugdbescherming verzocht om opschorting van de omgangsregeling met de moeder en om de regie over de omgang aan hen toe te kennen, zodat de omgang op basis van de behoeften van het kind kan worden vormgegeven. De moeder en vader betwistten dit, stelden dat er een vertrouwensbreuk is en dat de omgang met de moeder belangrijk is voor het kind, dat de omgang te lang is opgeschort en dat de hulpverlening tekortschiet in communicatie en ondersteuning.
De rechtbank oordeelde dat het belang van het kind centraal staat en dat de omgang met de moeder onder regie van Jeugdbescherming moet plaatsvinden, waarbij het kind zelf bepaalt wanneer de omgang plaatsvindt. De overige voorwaarden en de omgang met de vader blijven ongewijzigd. De zaak wordt aangehouden voor zes maanden voor evaluatie en het kind wordt uitgenodigd voor een gesprek met de kinderrechter.
Uitkomst: De omgang tussen moeder en minderjarige vindt plaats onder regie van Jeugdbescherming en op geleide van de wensen van het kind, met behoud van overige voorwaarden en evaluatie over zes maanden.