ECLI:NL:RBAMS:2023:2431
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing in ondertoezichtstelling
De moeder, belast met het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind, verzocht de kinderrechter om een schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA) te laten vervallen. Deze aanwijzing betrof de opschorting van het contact tussen de moeder en de minderjarige, die in een pleeggezin verblijft.
JBRA en Levvel stelden dat de omgang met de moeder de therapie van het kind belemmert en dat het contact gefaseerd en afhankelijk van de ontwikkeling van het kind moet worden opgebouwd. De moeder en haar advocaat voerden aan dat het contact onterecht is opgeschort, dat de gedragsproblemen van het kind mogelijk door de uithuisplaatsing zijn veroorzaakt en dat zij onvoldoende inzicht heeft in de onderliggende stukken waarop de aanwijzing is gebaseerd.
De kinderrechter oordeelde dat de schriftelijke aanwijzing onvoldoende was onderbouwd omdat essentiële stukken van Levvel, de therapeut, de school en de pleegouders ontbraken. Hierdoor kon niet worden vastgesteld waarom het contact volledig moest worden opgeschort. De rechter wees het verzoek tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing toe, maar handhaafde de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.
De kinderrechter gaf de gecertificeerde instelling en Levvel de opdracht het door de moeder overgelegde psychologisch rapport mee te nemen in toekomstige overwegingen. De beslissing werd op 28 maart 2023 mondeling gegeven en op 11 april 2023 schriftelijk vastgesteld.
Uitkomst: Het verzoek tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing wordt toegewezen wegens onvoldoende onderbouwing.