In deze bestuursrechtelijke procedure richt eiser zich tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder over de proceskostenvergoeding in verband met een WOZ-taxatie voor de gecombineerde aanslag 2022. Eiser betoogt dat het gehanteerde uurtarief van €53 te laag is en dat indexering van het tarief had moeten plaatsvinden.
De rechtbank stelt vast dat het uurtarief van €53 uit de Richtlijn van de belastingkamers van de gerechtshoven een forfaitair bedrag is en dat periodieke indexering niet verplicht is, tenzij eerder anders is beslist. De rechtbank ziet geen aanleiding om zelf tot indexatie over te gaan en merkt op dat een eventuele toekomstige indexatie in 2023 het onderhavige geschil niet beïnvloedt.
De rechtbank vernietigt de bestreden uitspraak voor zover deze over de proceskosten gaat en stelt de vergoeding voor het taxatierapport vast op basis van 4 uren à €53, plus vergoeding van Kadasterkosten en kosten van rechtsbijstand, resulterend in een totale proceskostenvergoeding van €931. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €50 aan eiser.