Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[verzoeker],
mr. C.W. Noorduyn, Statenlaan 26, 2582 GM ’s-Gravenhage,
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand op grond van artikel 530 Sv Pro, na een onvoorwaardelijke sepotbeslissing van het Openbaar Ministerie in een strafrechtelijk onderzoek wegens verduistering in dienstbetrekking.
De rechtbank heeft het verzoek getoetst aan de criteria van billijkheid zoals bedoeld in artikel 534 lid 1 Sv Pro. Hoewel verzoeker zwaar heeft geleden onder het strafrechtelijk onderzoek en meegewerkt heeft, is de rechtbank van oordeel dat er voldoende vermoedens van schuld waren, waardoor geen gronden van billijkheid aanwezig zijn voor vergoeding van de kosten van de raadsvrouw.
Wel is de rechtbank van oordeel dat toekenning van een standaardvergoeding voor de kosten van het opmaken, indienen en behandelen van het verzoekschrift billijk is. Daarom wordt een bedrag van € 680,- toegekend en het overige verzoek afgewezen.
De beschikking is gegeven door rechter Loyson en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2023. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand afgewezen, wel standaardvergoeding van € 680 toegekend.