ECLI:NL:RBAMS:2023:249

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 januari 2023
Publicatiedatum
24 januari 2023
Zaaknummer
13/268600-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 §3 Kaderbesluit 2002/584/JBZArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 11 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Nederlandse verdachte op basis van Europees aanhoudingsbevel met detentiegarantie

De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering van het openbaar ministerie tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de onderzoeksrechter in Antwerpen. De opgeëiste persoon, een Nederlandse staatsburger, werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie en andere strafbare feiten volgens Belgisch recht.

Tijdens de procedure werd de behandeling tijdelijk geschorst om een detentiegarantie van de Belgische autoriteiten te verkrijgen. Deze garantie betrof de humane detentieomstandigheden na overlevering, waaronder voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair en toegang tot dagactiviteiten.

De verdediging voerde aan dat de garantie onvoldoende was, mede gelet op eerdere uitspraken over onmenselijke behandeling in Belgische gevangenissen. De rechtbank oordeelde echter dat de recent verstrekte specifieke garantie voldoende zekerheid bood dat de opgeëiste persoon niet aan onmenselijke of vernederende behandeling zal worden blootgesteld.

De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen, geen weigeringsgronden aanwezig zijn en de overlevering kan worden toegestaan. De opgeëiste persoon zal na veroordeling in België de opgelegde straf in Nederland mogen ondergaan, conform de gegeven garantie.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de Nederlandse verdachte aan België toe op basis van een voldoende detentiegarantie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/268600-22
RK nummer: 22/4677
Datum uitspraak: 25 januari 2023
UITSPRAAK
op de vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 3 november 2022 tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 18 oktober 2022 door
de Onderzoeksrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, Afdeling Antwerpen (België)(hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting 29 december 2022
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 29 december 2022. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A. Çimen, advocaat in Amsterdam.
De rechtbank heeft het onderzoek geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een detentiegarantie voor de opgeëiste persoon te verkrijgen van de Belgische autoriteiten
Zitting 11 januari 2023
De behandeling van het EAB is hervat op de zitting van 11 januari 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw. Met toestemming van partijen heeft de rechtbank in gewijzigde samenstelling het onderzoek ter zitting voortgezet in de stand waarin zich dit bevond ten tijde van de schorsing.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel bij verstek van 18 oktober 2022 van de onderzoeksrechter bij de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, afdeling Antwerpen.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Belgisch recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

De feiten die aan het EAB ten grondslag liggen, leveren volgens het EAB naar Belgisch recht de volgende kwalificaties op:
  • ‘inbreuk op de wapenwet’;
  • ‘criminele organisatie’, en
  • ‘vernieling van een afsluiting’.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft deze strafbare feiten aangemerkt als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen volgens de uitvaardigende justitiële autoriteit op deze lijst onder nummer 1, te weten:
deelneming aan een criminele organisatie.
Uit het EAB en de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit bij e-mail van 21 november 2022 blijkt dat op de feiten voor zover die naar Belgisch recht worden gekwalificeerd als ‘inbreuk op de wapenwet’ en ‘criminele organisatie’ naar Belgisch recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van deze feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
Verder blijkt dat op de feiten voor zover die naar Belgisch recht worden gekwalificeerd als ‘vernieling van een afsluiting’ een vrijheidsstraf met een maximum van zes maanden is gesteld. Dat betekent dat deze feiten vanwege een te laag strafmaximum niet als lijstfeit kunnen worden aangemerkt. Dat deze feiten, ondanks het oordeel van de uitvaardigende justitiële autoriteit, geen lijstfeit opleveren, kan echter niet tot weigering van de overlevering voor deze feiten leiden. In zo’n geval moet de rechtbank namelijk nagaan of deze feiten strafbaar zijn naar Nederlands recht. [4] Dat is het geval, want deze feiten leveren naar Nederlands recht op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.
Gelet op het bepaalde in artikel 7, lid 4, van de OLW kan de overlevering ook voor deze feiten worden toegestaan.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, hij deze straf in Nederland mag ondergaan.
De procureur des Konings te Antwerpen, afdeling Turnhout, heeft bij brief van
16 november 2022 de volgende garantie gegeven:
“Overeenkomstig artikel 5 §3 van het kaderbesluit van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel, bied ik u de garantie voor de terugkeer naar NEDERLAND van de door u over te leveren Nederlandse onderdaan of ingezetene, in casu [opgeëiste persoon] .
Deze garantie houdt in dat, eens betrokkene in België onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld, deze persoon naar NEDERLAND zal terugkeren om zijn straf of maatregel aldaar te ondergaan. De terugkeer zal gebeuren op basis van het Europees Kaderbesluit inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen uitgesproken in een lidstaat van de Europese Unie (2008/909/JBZ).
(...).”
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6.Artikel 11 OLW Pro; detentieomstandigheden

Standpunt van de raadsvrouw

De garantie die de Belgische autoriteiten hebben verstrekt, volstaat niet en is te algemeen van aard. De zorgen kunnen niet worden ondervangen door de individuele garantie die is afgegeven. De overlevering kan niet worden toegestaan.
Standpunt van de officier van justitie
De verstrekte detentiegarantie is voldoende specifiek en de overlevering kan worden toegestaan.
Oordeel van de rechtbank
Bij uitspraak van 14 december 2022 heeft de rechtbank in een andere overleveringszaak zaak geoordeeld dat er thans ten aanzien van alle detentie-instellingen in België een algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden worden onderworpen aan een onmenselijke behandeling gelet op de detentieomstandigheden in België (ECLI:NL:RBAMS:2022:7536) en dat de tot dan toe verstrekte algemene detentiegarantie niet langer toereikend is.
Bij brief van 5 januari 2023 van het Directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele rechten en Vrijheden, Dienst internationale samenwerking in strafzaken - Centrale autoriteit is, in antwoord op de door het OM gestelde vragen, de volgende garantie gegeven:
“1. In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon gedetineerd worden?
[opgeëiste persoon] zal worden opgesloten in de gevangenis van Antwerpen indien na overlevering door de bevoegde gerechtelijke autoriteit wordt beslist dat de persoon in voorlopige hechtenis dient te blijven.
2. Welke waarborgen worden gegarandeerd inzake de detentieomstandigheden in de detentie-instelling?
België garandeert dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden opgesloten in een instelling en op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden) met in begrip van voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair en dagactiviteiten buiten de cel.
In deze zaak garandeert België de volgende waarborgen inzake de detentieomstandigheden waar [opgeëiste persoon] aan zal worden onderworpen na overlevering:
- De opgeëiste persoon zal niet worden opgesloten in een cel met minder dan 3m2 individuele levensruimte, zoals vereist door de CPT standaarden. Dit geldt zowel indien de opgeëiste persoon in een eenpersoons- als in een meerpersoonscel zou worden opgesloten.
- De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m2 inclusief vast meubilair. De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel inclusief vast meubilair en sanitair is 11m2.
o De sanitair blokken omvatten een wasbak en een toilet dat is afgescheiden van de rest van de cel door een muur of scherm
o Het vast meubilair omvat onder andere een tafel, kast, bed en bureau.
- De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen.
- Er worden verschillend dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder geval regelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken alsook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes. Aanvullende activiteiten zoals sport en arbeid zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten.

3.Sanitaire en hygiëne omstandigheden

Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren.”
Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie. [5] De rechtbank is, gelet op deze toezegging van de Belgische autoriteiten, van oordeel dat er voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat op een onmenselijke of vernederende behandeling, nu het gevaar op een dergelijke behandeling met deze garantie is weggenomen.
De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om nadere informatie op te vragen inzake de detentieomstandigheden. Het verweer wordt verworpen.

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 350 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6 en 7 van de OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
de Onderzoeksrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, Afdeling Antwerpen (België)voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. J.P.W. Helmonds en J.H. Beestman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 25 januari 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. (of eerste, derde en vierde lid OLW)
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.HvJ EU 3 maart 2020, C-717/18, ECLI:EU:C:2020:142 (
5.HvJ EU van 25 juli 2018, zaak ML, ECLI:EU:C:2018:589.