AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beklag gegrond verklaard en teruggave gelast van geldbedrag en voertuig na beslag
Op 23 juli 2022 werden onder klager een geldbedrag van €445,90 en een BMW 320d in beslag genomen op grond van artikel 94 SvPro. Klager diende op 14 september 2022 een beklag in tegen dit beslag, stellende dat het beslag onredelijk was en hij het voertuig nodig had voor zijn werk in de bloemenhandel. Tevens wees hij op het feit dat er twee strafzaken tegen hem lopen, waarbij het beslag in deze zaak geen verband houdt met de andere zaak over een vermeende hennepkwekerij.
De rechtbank behandelde het beklag op 25 januari 2023 en hoorde klager, zijn raadsman en de officier van justitie. Het Openbaar Ministerie verzette zich tegen teruggave vanwege het belang van de strafvordering en de mogelijkheid van een geldboete in de toekomst. De rechtbank oordeelde echter dat het strafvorderlijk belang het voortduren van het beslag niet rechtvaardigt, mede omdat het onwaarschijnlijk is dat het geldbedrag en het voertuig verbeurd zullen worden verklaard.
Gezien de lange duur van het beslag, het ontbreken van informatie over een conservatoir beslag en de onduidelijkheid over een zittingsdatum, achtte de rechtbank teruggave aan klager passend. De rechtbank verklaarde het beklag gegrond en gelastte de teruggave van het geldbedrag en het voertuig aan klager.
Uitkomst: Het beklag wordt gegrond verklaard en teruggave van het geldbedrag en voertuig wordt gelast.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
parketnummer : 13-193524-22
raadkamernummer : 22-020739
datum : 25 januari 2023
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager],
geboren op [geboortedag] 1969 te [geboorteplaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. S.Ph.Chr. Wester, [adres],
hierna te noemen: klager, tevens beslagene.
Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 SvPro, blijkt dat op 23 juli 2022 onder klager een geldbedrag en een auto in beslag zijn genomen.
Procedure
Het klaagschrift, gedateerd 14 september 2022, is op 16 september 2022 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 25 januari 2023 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft klager, diens raadsman en de officier van justitie op zitting gehoord.
Beklag
Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:
een geldbedrag van € 445,90 (goednummer: 1391697), en
een voertuig, BMW 320d, kenteken [kenteken] (goednummer: 1391511).
Namens klager is aangevoerd dat er twee strafzaken zijn tegen klager. De zaak van vandaag ziet op twee feiten (het aanwezig hebben van een hoeveelheid henneptoppen en het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid hennepstekken). De andere zaak ziet op een vermeende hennepkwekerij. Het beslag in de zaak van vandaag betreft klassiek beslag en dat kan de waarheid in de andere zaak niet dienen. De raadsman acht het hoogst onwaarschijnlijk dat een rechter, later oordelend, een ontneming voor deze feiten zal opleggen. De redelijkheid en billijkheid dienen dan ook tot teruggave van het voertuig en het geldbedrag goederen te leiden.
Klager werkt in de bloemenhandel en hij heeft zijn auto daarvoor nodig. Hij doet veel rouwwerk en mist zijn auto. Op het moment maakt hij gebruik van een leenauto. Nu hij zijn werk niet goed kan verrichten, mist hij ook een groot deel van zijn omzet. Daarbij komt ook dat zijn vrouw de laatste jaren heel ziek is geweest. Alles bij elkaar maakt dat hij met moeite zijn hoofd boven water kan houden en de mogelijkheid bestaat dat hij failliet zal gaan.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen aan klager. Het belang van strafvordering verzet zich daartegen. De concept tenlastelegging bevat twee feiten, feit 1: het aanwezig hebben van henneptoppen, bladeren en gruis en feit 2: het vervoeren van 98 hennepstekken. De andere strafzaak tegen klager heeft te maken met een hennepkwekerij en in die zaak is sprake van een ontneming van een fors bedrag.
Er is in de onderhavige zaak geen conservatoir beslag gelegd, maar het valt niet geheel uit te sluiten dat er later een geldboete zal worden opgelegd.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd.
Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen de twee jaren na inbeslagneming. Klager is daarom ontvankelijk in het beklag.
In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 SvPro gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Als het strafvorderlijk belang voortduring van het beslag vordert, wordt geen teruggave gelast.
Als er geen strafvorderlijk belang aan teruggave in de weg staat, vindt teruggave plaats aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 SvPro de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer een voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen, -ook in een zaak betreffende een ander dan klager-, wanneer een voorwerp kan dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen of indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van dat voorwerp zal bevelen.
Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken.
De officier van justitie heeft erop gewezen dat er nog een andere zaak tegen klager loopt waar een ontnemingsvordering is genoemd van een fors bedrag. De rechtbank heeft geen informatie over die zaak en hoewel er eerder is gesproken over een mogelijk conservatoir beslag in de onderhavige zaak, heeft de rechtbank daarvan geen stukken gezien. In de onderhavige zaak zit een beslaglijst waar alleen het inbeslaggenomen geldbedrag op is vermeld. Onduidelijk is of het voertuig van klager er nog is en ook de waarde van dat voertuig is niet bekend.
De rechtbank acht voldoende aannemelijk geworden dat het inbeslaggenomen geldbedrag en het voertuigt aan klager toebehoren.
Op grond van bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het inbeslaggenomen geldbedrag en het voertuig het inbeslaggenomen verbeurd zal verklaren en zal daarom het beklag gegrond verklaren en teruggave aan klager gelasten. Daarbij speelt ook de lange termijn van inbeslagname en de onduidelijkheid over een zittingsdatum.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave aan klager van
een geldbedrag van 445,90 (goednummer: 1391697), en
een voertuig, BMW 320d, kenteken [kenteken] (goednummer: 1391511).
Deze beslissing is gegeven door
mr. M.A.E Somsen, rechter,
in tegenwoordigheid van A. Gordon, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2023.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na dagtekening van deze beslissing.