Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[klager],
mr. A.M.G. Wolffs, [adres],
Rechtbank Amsterdam
Op 2 augustus 2022 werd onder klager een bromfiets in beslag genomen op grond van artikel 94 Sv Pro. Klager, een jongvolwassene, diende op 9 september 2022 een beklag in tegen deze inbeslagname, stellende dat hij de bromfiets nodig heeft voor school en werk en dat hij zijn leven inmiddels op orde heeft. De raadsvrouw benadrukte de emotionele en financiële waarde van de bromfiets voor klager.
De officier van justitie verzette zich tegen teruggave, stellende dat klager binnen korte tijd twee keer is aangehouden voor het rijden op een opgevoerde bromfiets, en dat het niet onwaarschijnlijk is dat de bromfiets later verbeurd zal worden verklaard. De rechtbank oordeelde dat het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag vereist, mede gezien het risicovolle gedrag van klager.
De rechtbank concludeerde dat het beklag ontvankelijk maar ongegrond is, omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de bromfiets zal worden verbeurdverklaard. De beslissing werd op 25 januari 2023 in het openbaar uitgesproken door rechter M.A.E. Somsen. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het beklag tegen de inbeslagname van de bromfiets wordt ongegrond verklaard vanwege het belang van de strafvordering.