ECLI:NL:RBAMS:2023:2581

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 februari 2023
Publicatiedatum
24 april 2023
Zaaknummer
RK 22-023976
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing op beklag inzake teruggave inbeslaggenomen goederen in strafvorderlijk onderzoek

In het strafvorderlijk onderzoek tegen de beslagene is op 18 oktober 2022 een personenauto in beslag genomen. Klaagster, de eigenaar van de auto, diende een beklag in op grond van artikel 552a Sv voor teruggave van de auto en diverse goederen die zich volgens haar in de auto bevonden, waaronder een tablet.

De rechtbank constateerde dat de personenauto reeds aan klaagster was geretourneerd en verklaarde het beklag ten aanzien van de auto niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Ten aanzien van de tablet oordeelde de rechtbank dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen teruggave omdat het onderzoek naar de tablet nog gaande is, en verklaarde het beklag ongegrond.

Voor de overige goederen, zoals schoenen en een gouden ring, was geen kennisgeving van inbeslagname aangetroffen en stelde het Openbaar Ministerie dat deze goederen niet in beslag waren genomen. Daarom verklaarde de rechtbank het beklag hierover niet-ontvankelijk.

De beslissing werd op 8 februari 2023 in het openbaar uitgesproken door rechter M.A.E. Somsen. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open voor het Openbaar Ministerie.

Uitkomst: Het beklag over de tablet is ongegrond verklaard en het beklag over de personenauto en overige goederen is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
raadkamernummer : 22-023976
datum : 25 januari 2023
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klaagster],

geboren op [geboortedag 1] 1996 te [geboorteplaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van haar raadsvrouw,
mr. W.P.A. Vos, [adres 1],
hierna te noemen: klaagster.
[persoon], geboren op [geboortedag 2] 1995 te [geboorteplaats], wonende op het adres [adres 2], is de beslagene.

Feiten

Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv Pro, blijkt dat op 18 oktober 2022 in het strafvorderlijk onderzoek tegen [persoon] een personenauto in beslag is genomen.

Procedure

Het klaagschrift gedateerd 19 oktober 2022, is op 25 oktober 2022 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Op 19 januari 2023 heeft de raadsvrouw van klaagster per e-mail laten weten dat de inbeslaggenomen personenauto aan klaagster is geretourneerd. De raadsvrouw handhaaft het beklag en deelt mee dat zij een aanvullend klaagschrift zal indienen.
Op 23 januari 2023 heeft de raadsvrouw van klaagster een aanvullend klaagschrift ingediend en de teruggave verzocht van een aantal goederen die zich volgens klaagster ook in de inbeslaggenomen personenauto bevonden en die zij niet heeft teruggekregen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 25 januari 2023 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de gemachtigde raadsvrouw van klaagster, en de officier van justitie op zitting gehoord.
Klaagster is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

Beklag

Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:
- een personenauto, Volkswagen Golf, kenteken [kenteken] (goednummer: 6174090);
- schoenen, lichtblauwe Croqs;
- schoenen, zwarte Balenciaga Tess sneakers, met wit met rode zool;
- gouden ring in boterhamzakje, en
- een tablet, zwart.
Namens klaagster heeft de raadsvrouw aangevoerd dat uit de stukken blijkt dat de tablet in beslag is genomen, maar dat zij geen kennisgeving van inbeslagname van de overige goederen heeft gezien. De tablet is gekoppeld aan het T-Mobile abonnement van klaagster. Klaagster verzoekt de teruggave van in elk geval de tablet.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft in raadkamer aangevoerd dat de personenauto, die aan klaagster teobehoort, is teruggeven aan klaagster omdat er geen strafvorderlijk belang meer was om dat voertuig in beslag te houden.
De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van de tablet aan klaagster. Het onderzoek naar de tablet, dat in beslag is genomen onder de beslagene, is nog in volle gang.
De officier van justitie verzoekt het beklag ten aanzien van de overige goederen niet-ontvankelijk te verklaren omdat die niet in beslag zijn genomen en dan ook niet kunnen worden teruggeven.

Beoordeling

De rechtbank is bevoegd.
Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen de drie maanden sinds de zaak tot een einde is gekomen. Klaagster is daarom ontvankelijk in het beklag.
In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Als het strafvorderlijk belang voortduring van het beslag vordert, wordt geen teruggave gelast.
Als er geen strafvorderlijk belang aan teruggave in de weg staat, vindt teruggave plaats aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv Pro de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer dat voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen, -ook in een zaak betreffende een ander dan klager-, wanneer dat voorwerp kan dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen of indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van dat voorwerp zal bevelen.
Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken.
De rechtbank overweegt het volgende. Uit het dossier blijkt dat klaagster haar auto heeft uitgeleend aan de beslagene en dat deze vervolgens in beslag is genomen. Klaagster heeft volgens de raadsvrouw de auto teruggekregen. De overige goederen die zich volgens klaagster in de auto bevonden heeft zij niet teruggekregen.
De personenauto
De rechtbank acht voldoende aannemelijk geworden dat de inbeslaggenomen personenauto aan klaagster toebehoort. De rechtbank zal het beklag ten aanzien van de personenauto niet-ontvankelijk verklaren bij gebrek aan belang, nu de raadsvrouw van klaagster –niet weersproken door de officier van justitie– heeft verklaard dat klaagster deze al heeft teruggekregen.
De tablet
De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen de teruggave van de tablet aan klaagster, nu het onderzoek daarnaar nog niet is afgerond.
De overige goederen
De rechtbank is van oordeel dat het beklag ten aanzien van de overige goederen niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De rechtbank heeft van deze goederen geen kennisgeving van inbeslagname in het dossier aangetroffen en de officier van justitie heeft gesteld dat die goederen niet in beslag zijn genomen.
De rechtbank komt tot de volgende beslissing.

Beslissing

De tablet
De rechtbank verklaart het beklag
ongegrond.
De personenauto en de overige goederen
De rechtbank verklaart het beklag ten aanzien van de personenauto, de schoenen, lichtblauwe Croqs, schoenen, zwarte Balenciaga Tess sneakers, met wit met rode zool, en een gouden ring,
niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door
mr. M.A.E Somsen, rechter,
in tegenwoordigheid van A. Gordon, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2023.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na dagtekening van deze beslissing.