ECLI:NL:RBAMS:2023:2585
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na onvoorwaardelijk sepot wegens medeplichtigheid aan moord
Verzoeker werd in verband met een moordonderzoek tweemaal als getuige gehoord en later als verdachte op verdenking van medeplichtigheid aan moord. Op advies van zijn raadsman maakte hij gebruik van zijn zwijgrecht tijdens het politieverhoor. De zaak tegen hem werd onvoorwaardelijk geseponeerd op 28 januari 2022.
Verzoeker vroeg op grond van artikel 530 Sv Pro vergoeding van de kosten van zijn raadsman en de kosten voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift. De officier van justitie verzette zich tegen toekenning, stellende dat er geen gronden van billijkheid waren vanwege vermeende inconsistenties in de getuigenverklaringen van verzoeker.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek tijdig was ingediend en dat er voldoende gronden van billijkheid waren om de vergoeding toe te kennen. De rechtbank vond onvoldoende aanwijzingen dat verzoeker het verhoor als verdachte over zichzelf had afgeroepen en achtte de gevraagde kosten niet onredelijk. De vergoeding van € 3.810,44 voor de raadsman en € 680,- voor het verzoekschrift werd toegekend.
Uitkomst: De rechtbank kent vergoeding toe voor kosten raadsman en verzoekschrift na onvoorwaardelijk sepot wegens billijkheid.