De rechtbank Amsterdam heeft op 16 maart 2023 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen veroordeelde, die is veroordeeld voor het niet verrichten van cliëntenonderzoek bij contante betalingen van €15.000 of meer, in strijd met de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €337.257, gebaseerd op 46 contante transacties zonder cliëntenonderzoek. De verdediging betoogde dat niet alle transacties zouden zijn uitgebleven als cliëntenonderzoek wel was verricht, en stelde dat de causaliteit ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat het niet verrichten van cliëntenonderzoek een overtreding van een wettelijk voorschrift is en dat het voordeel uit deze transacties als wederrechtelijk verkregen moet worden beschouwd. De rechtbank sloot aan bij de berekening van het ontnemingsrapport en stelde het voordeel vast op €337.257.
Omdat de ontnemingsmaatregel een herstelmaatregel is en niet bedoeld als straf, en omdat het aannemelijk is dat een deel van de transacties ook met cliëntenonderzoek zou hebben plaatsgevonden, matigde de rechtbank de betalingsverplichting naar redelijkheid tot 90% van het voordeel, oftewel €303.531.
De rechtbank constateerde tevens dat de redelijke termijn was overschreden, maar zag geen aanleiding tot verdere maatregelen daartegen.