ECLI:NL:RBAMS:2023:2608
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring bezwaar tegen DNA-afname bij overtreding EU-sanctieverordening
De veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van artikel 7 van Pro de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Hij stelde dat het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel niet van betekenis zou zijn voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten, gezien de aard van het misdrijf en bijzondere omstandigheden.
De rechtbank heeft het bezwaar behandeld en de veroordeelde en het Openbaar Ministerie gehoord. De veroordeelde was veroordeeld wegens overtreding van een EU-verordening betreffende sanctiewetgeving, waarbij zijn bedrijf heihamers aan Rusland leverde die gebruikt werden bij de aanleg van de Krimbrug. Hij kreeg een strafbeschikking van 40 uur taakstraf opgelegd.
Gelet op de aard van het misdrijf en de overige omstandigheden, waaronder het feit dat de veroordeelde een blanco strafblad had, oordeelde de rechtbank dat het bepalen en verwerken van het DNA-profiel niet van betekenis zal zijn voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten van de veroordeelde. Daarom werd het bezwaar gegrond verklaard en werd de vernietiging van het celmateriaal bevolen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is gegrond verklaard en het celmateriaal wordt vernietigd.