Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[beslagene] ,
mr. Y. Hamelzky, [adres] ,
Rechtbank Amsterdam
Op 25 oktober 2022 is bij klager een bedrag van €1.271,80 in beslag genomen op grond van artikel 94 Sv Pro. Klager diende op 2 november 2022 een beklag in tegen deze inbeslagname, stellende dat onvoldoende samenhang bestaat tussen het geld en het strafbare feit.
De rechtbank behandelde het beklag op 8 maart 2023, waarbij klager niet aanwezig was maar zijn raadsvrouw wel. De officier van justitie voerde aan dat het geld vermoedelijk handelsgeld betreft dat verband houdt met de aangetroffen drugs bij de aanhouding, en dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen teruggave.
De rechtbank oordeelt dat het onderzoek naar het beklag summier is en dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vereist. Gezien de omstandigheden is het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter het geld later zal verbeurd verklaren. Daarom wordt het beklag ongegrond verklaard en blijft het beslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beklag tegen de inbeslagname van het geldbedrag wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.