Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Inleiding
3.Beschuldiging
- wetende van het vluchtelingen zwemprogramma, onvoldoende vragen heeft gesteld over de zwemvaardigheid van [slachtoffer] ,
- [slachtoffer] onvoldoende heeft geïnformeerd dat hij niet (zonder begeleiding) in het 25-meterbad mocht zwemmen, hem geen oranje polsband heeft gegeven en onvoldoende zorg heeft gedragen voor een juiste overdracht van [slachtoffer] ,
- geen afspraken heeft gemaakt met toezichthouders over het benodigde toezicht op [slachtoffer] ,
- geen toezicht heeft gehouden op [slachtoffer] en/of het 25-meterbad, en
- zich er niet van heeft vergewist dat een toezichthouder voldoende toezicht hield op [slachtoffer] .
bijlagebij dit vonnis. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.
4.Ontvankelijkheid van de officier van justitie
Gelet op de toelichting die de officier van justitie heeft gegeven kan evenmin worden vastgesteld dat de zaak tegen verdachte enerzijds en de (mogelijke) zaken tegen de toezichthouders en de gemeente Amsterdam anderzijds zodanig vergelijkbare gevallen betreffen dat het gelijkheidsbeginsel aan vervolging in de weg staat. Het verweer van de verdediging wordt daarom verworpen.
5.Beoordeling of verdachte het tenlastegelegde heeft begaan
aanmerkelijkonvoorzichtig heeft gehandeld. Omdat voor een bewezenverklaring van dood door schuld (ten minste) aanmerkelijke schuld aan het overlijden van het slachtoffer is vereist, zal verdachte van het tenlastegelegde worden vrijgesproken.
6.Vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen
7.Beslissing
spreekt verdachtedaarvan
vrij.
benadeelde partijen [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2]en
[benadeelde partij 3] niet-ontvankelijkin hun vorderingen tot schadevergoeding.