De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 april 2023 het verzoek tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Bonn. De verdachte werd verdacht van betrokkenheid bij een dodelijk geweldsdelict. De verdediging voerde aan dat het EAB onvoldoende onderbouwd was en dat de medische situatie van de verdachte een humane reden vormde om overlevering te weigeren.
De rechtbank oordeelde dat het EAB voldoende gegevens bevatte over het strafbare feit, de rol van de verdachte en de naleving van het specialiteitsbeginsel, en dat de beoordeling van de verdenking niet tot het takenpakket van de overleveringsrechter behoort. Tevens werd vastgesteld dat het strafbare feit op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet staat, waardoor dubbele strafbaarheid niet hoeft te worden onderzocht.
De rechtbank accepteerde de garantie van de Duitse autoriteiten dat bij veroordeling de straf in Nederland kan worden uitgezeten. Het verweer dat de medische situatie van de verdachte een reden tot weigering van overlevering zou zijn, werd verworpen omdat de Overleveringswet en het Europese kaderbesluit dit niet toestaan en er geen objectieve medische gegevens waren die een manifest gevaar voor de gezondheid aantoonde.
Daarmee voldeed het EAB aan alle wettelijke eisen en stonden geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg. De rechtbank besloot de overlevering toe te staan en wees het verzoek om uitstel of schorsing af.