ECLI:NL:RBAMS:2023:2830
Rechtbank Amsterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Opheffing beslag en verbod op nieuw beslag in geschil tussen Biosana en Alvotech
In deze kortgedingprocedure vordert Biosanapharma B.V. (Biosana) opheffing van het beslag dat Alvotech HF (Alvotech) op haar bankrekeningen heeft gelegd op grond van een verleend verlof van 5 april 2023. Het beslag is gelegd ter zekerheid van een vordering die Alvotech stelt te hebben uit hoofde van een License, Supply and Co-Development Agreement van 14 december 2021.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering van Alvotech niet summierlijk ondeugdelijk is en dat er aannemelijk sprake is van tekortkomingen aan de zijde van Biosana onder de overeenkomst. De geldigheid van de vordering zal in een bodemprocedure bij de Engelse rechter worden beoordeeld.
De kern van de beslissing betreft de belangenafweging. Biosana heeft gesteld en onderbouwd dat haar voortbestaan afhankelijk is van aanvullende investeringen die aandeelhouders niet zullen doen zolang beslag ligt. Het beslag bedreigt daarmee het voortbestaan van de onderneming. Alvotech heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het faillissementsscenario kan worden voorkomen, waardoor het belang van Biosana bij opheffing van het beslag zwaarder weegt dan het belang van Alvotech bij handhaving.
De voorzieningenrechter heft daarom het beslag op en verbiedt Alvotech verdere conservatoire beslagen te leggen met betrekking tot het geschil over de overeenkomst, tot een uitspraak in een bodemprocedure is verkregen. Tevens worden de kosten aan de zijde van Biosana toegewezen en wordt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het beslag op de bankrekeningen van Biosana wordt opgeheven en Alvotech wordt verboden nieuw conservatoir beslag te leggen.