ECLI:NL:RBAMS:2023:2893

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 april 2023
Publicatiedatum
8 mei 2023
Zaaknummer
13/752318-21
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 OverleveringswetArt. 533 Wetboek van StrafvorderingArt. 23 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing schadevergoeding voor onrechtmatige vrijheidsbeneming in overleveringsprocedure

Verzoeker heeft een vergoeding gevraagd voor de schade geleden door vrijheidsbeneming in Nederland in het kader van een Europese overleveringsprocedure. Deze procedure was gestart op basis van een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd door Duitse autoriteiten, waarna verzoeker op 29 november 2021 in Nederland werd aangehouden.

De rechtbank constateert dat de overleveringsvordering en het aanhoudingsbevel op 4 februari 2022 zijn ingetrokken, waardoor de detentie van verzoeker achteraf als onterecht moet worden beschouwd. Hoewel er geen formele weigering van overlevering door de rechtbank was, wordt de intrekking gelijkgesteld met een weigering voor toepassing van de Overleveringswet.

De rechtbank oordeelt dat er geen aanwijzingen zijn dat verzoeker verwijtbaar heeft gehandeld en kent daarom de volledige gevraagde schadevergoeding toe van €3.440,-, bestaande uit €3.100,- voor 31 dagen detentie en €340,- voor gemaakte kosten van rechtsbijstand. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot schadevergoeding toe voor onrechtmatige vrijheidsbeneming van verzoeker gedurende 31 dagen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAMINTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/752318-21
RK nummer: RK 22/1928
BESCHIKKING
Op het verzoek tot schadevergoeding en de daarmee samenhangende vergoeding van kosten van rechtsbijstand ex artikel 67 van Pro de Overleveringswet (hierna: OLW) in samenhang met artikel 533 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van
[verzoeker] ,
geboren in [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1988,
ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het adres [adres] ,
hierna te noemen: verzoeker.

1.Procesgang

Bij schriftelijk verzoek, bij de rechtbank ingediend op 8 april 2022, heeft verzoeker vergoeding verzocht van de schade geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming in de overleveringsprocedure, die is geëindigd met de intrekking van de vordering ex artikel 23 OLW Pro d.d. 4 februari 2022.
Het verzoek is tijdig ingediend en (mede daarom) ontvankelijk.

2.Voorgeschiedenis

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.
- Op 26 november 2021 is door de bevoegde Duitse rechterlijke autoriteit, een Europees aanhoudingsbevel (hierna: EAB) uitgevaardigd. Dit EAB strekte tot de aanhouding en overlevering van verzoeker aan Duitsland, in verband met een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek;
- Op 29 november 2021 is verzoeker op basis van voornoemd EAB aangehouden in Nederland en gedetineerd op grond van de OLW;
- Op 30 november 2021 heeft de officier van justitie een vordering ingediend tot het in behandeling nemen van het EAB.
- Op 29 december 2021 heeft de rechtbank de schorsing van de overleveringsdetentie van verzoeker bevolen per 30 december 2021;
Op 4 februari 2022 heeft de officier van justitie aan de rechtbank kennis gegeven dat de vordering van 26 november 2021 is ingetrokken. De rechtbank leidt uit het dossier af dat dit is gebeurd naar aanleiding van het intrekken van het EAB door de uitvaardigende justitiële autoriteit.

3.Verzoeken

Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding door de Nederlandse Staat van
- € 3.100,-
€ 3.100,-voor de ondergane vrijheidsbeneming van verzoeker in Nederland in de overleveringsprocedure, nader gespecificeerd:
  • 31 dagen Huis van Bewaring 31 x € 100,- = € 3.100,-
  • 340,-- voor indiening van het verzoekschrift.

4.Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft schriftelijk laten weten dat het verzoek kan worden toegewezen.

5.Oordeel van de rechtbank

In de onderhavige zaak is strikt genomen geen sprake van weigering van de overlevering door de rechtbank. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat vergoeding van schade die is geleden als gevolg van vrijheidsbeneming op grond van de Overleveringswet toch op zijn plaats is. De officier van justitie heeft immers op 4 februari 2022 de vordering op grond van artikel 23 OLW Pro tot het in behandeling nemen van het EAB ingetrokken (na intrekking van het EAB). Verzoeker heeft op dat moment in totaal 31 dagen in detentie gezeten op grond van de Overleveringswet.
Op grond hiervan moet de door verzoeker ondergane detentie achteraf beschouwd als onterecht ondergaan worden beschouwd.
Onder deze omstandigheden moet de intrekking van de vordering en het EAB voor de toepassing van artikel 67 lid 1 van Pro de OLW worden gelijkgesteld met een weigering van de overlevering door de rechtbank.
Uit het gegeven dat achteraf is komen vast te staan dat verzoeker onterecht heeft vastgezeten, volgt in beginsel dat er gronden van billijkheid zijn om hem een schadevergoeding toe te kennen. Feiten of omstandigheden die erop duiden dat verzoeker verwijtbaar heeft gehandeld ten aanzien van zijn detentie of die anderszins afdoen aan de billijkheid van toekenning van een schadevergoeding zijn gesteld noch gebleken.
De rechtbank zal de verzochte schadevergoeding dan ook geheel toewijzen.

5.Beslissing

De rechtbank
WIJST TOEhet verzoek tot schadevergoeding ten bedrage van:
  • € 3.100,-vanwege vrijheidsbeneming van verzoeker in Nederland in de overleveringsprocedure.
  • € 340,-voor de kosten die in verband met het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift zijn gemaakt.
Deze beslissing is gegeven op 19 april 2023 en in het openbaar uitgesproken door
mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,
mrs. L. Sanders en A. Pahladsingh, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.D. Dijkstra, griffier.
Tegen deze beslissing staat voor verzoeker hoger beroep open, in te stellen ter griffie van deze rechtbank, binnen een maand na betekening van deze beschikking.
De rechtbank Amsterdam, Internationale rechtshulpkamer, beveelt de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van
€ 3.440,-(drieduizend, vierhonderd en veertig euro) op
IBAN/rekeningnummer
[rekeningnummer] bij de ING-bank
ten name van
Stichting Beheer Derdengelden Le Cocq & Partners Advocaten
onder vermelding van
“Schadevergoeding [verzoeker] vrijheidsbeneming’
Aldus gedaan op 19 april 2023
door mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter.