Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[handelsnaam]
Rechtbank Amsterdam
Medina, een slager, kocht lams- en geitenvlees bij [handelsnaam] en weigerde betaling van een deel van de facturen omdat zij meende schapenvlees te hebben ontvangen in plaats van lamsvlees. Zij vorderde een prijsvermindering en stelde dat een mondelinge regeling was getroffen voor betaling van een deel van de facturen.
De kantonrechter oordeelde dat Medina te laat had geklaagd over de vermeende gebreken aan het vlees, waardoor de klachtplicht was geschonden. Dit maakte het voor [handelsnaam] onmogelijk zich adequaat tegen de klachten te verweren. Daarnaast was onvoldoende gebleken dat daadwerkelijk schapenvlees was geleverd in plaats van lamsvlees.
Verder werd het beroep op een mondelinge regeling afgewezen omdat niet was aangetoond dat [handelsnaam] deze had aanvaard. Mede daarom werd de tegenvordering van Medina afgewezen. Medina werd veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag, rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De veroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Medina wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, rente, incassokosten en proceskosten; tegenvordering wordt afgewezen.