Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift van de vrouw ingekomen op 2 november 2022;
- het verweerschrift met bijlage van de man ingekomen op 6 december 2022, waaronder .
Rechtbank Amsterdam
Partijen, gehuwd sinds 1990 en met zowel de Nederlandse als Marokkaanse nationaliteit, leven gescheiden zonder echtscheidingsverzoek. De vrouw verzoekt de rechtbank om vaststelling van een maandelijkse onderhoudsbijdrage van €1.500,- van de man voor de kosten van de huishouding. De man verzet zich hiertegen en stelt dat zijn inkomen onvoldoende is om deze bijdrage te betalen.
De rechtbank neemt kennis van het verzoekschrift, het verweerschrift en een werkgeversverklaring van de man. Tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren zijn partijen gehoord. De vrouw ontvangt een bijstandsuitkering en kostgeld van meerderjarige kinderen, maar heeft geen concrete onderbouwing van de totale kosten van de huishouding of haar eigen inkomsten overgelegd.
De man heeft een loonspecificatie overgelegd waaruit blijkt dat hij in juni 2022 netto €677,53 heeft ontvangen en dat hij sinds februari 2023 nog maar voor één werkgever werkt. Hij draagt maandelijks bij aan de kosten van de jongste minderjarige zoon.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek onvoldoende is onderbouwd omdat de vrouw niet heeft aangetoond wat de totale kosten van de huishouding zijn en geen volledig inzicht heeft gegeven in haar inkomsten. Hierdoor is niet vast te stellen hoe de kosten tussen partijen verdeeld moeten worden. Het verzoek wordt daarom afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van een onderhoudsbijdrage wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de kosten van de huishouding en de inkomsten van de vrouw.