ECLI:NL:RBAMS:2023:3118
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen boete omzetten woonruimte
Verzoekster, eigenaar van een woning in Amsterdam, kreeg een bestuurlijke boete van €12.570,- opgelegd wegens het omzetten van een zelfstandige woonruimte in meerdere onzelfstandige woonruimtes. Tegen deze boete stelde zij bezwaar en beroep in en verzocht zij de voorzieningenrechter om schorsing van het bestreden besluit via een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek en concludeerde dat er geen sprake was van een spoedeisend belang, wat noodzakelijk is voor het treffen van een voorlopige voorziening. Hoewel verzoekster stelde dat zij haar dringende financiële verplichtingen niet meer kon nakomen, was dit onvoldoende onderbouwd. Het aangeboden betalingsregeling van twaalf maanden door het college was niet betwist in zijn redelijkheid.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de boete wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.