ECLI:NL:RBAMS:2023:3169

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 april 2023
Publicatiedatum
17 mei 2023
Zaaknummer
13/071871-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 61 OverleveringswetArt. 62a, vierde lid Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift tegen beperkingen overleveringsdetentie gedeeltelijk gegrond verklaard

Klager, een Deense staatsburger zonder vaste verblijfplaats in Nederland, diende bezwaar in tegen het bevel van de officier van justitie tot het opleggen van beperkingen tijdens zijn overleveringsdetentie. De rechtbank behandelde het bezwaar in besloten raadkamer, waarbij klager afstand deed van zijn recht op aanwezigheid.

Na een tussenbeschikking op 5 april 2023 gaf de officier van justitie op 11 april 2023 een nieuw bevel uit met aangepaste beperkingen. De raadsvrouw van klager gaf aan geen bezwaren meer te hebben tegen dit nieuwe bevel.

De rechtbank verklaarde het bezwaar daarom gedeeltelijk gegrond en bepaalde dat de beperkingen voortaan gelden conform het nieuwe bevel. Deze beperkingen betreffen onder meer het verbod op bezoek zonder toestemming, beperking van telefonisch en schriftelijk contact, en het verbod op gebruik van computer of mobiele telefoon.

De beschikking werd op 12 april 2023 in raadkamer gegeven door drie rechters, waarmee de procedure werd afgerond.

Uitkomst: Het bezwaar van klager wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de beperkingen gelden conform het nieuwe bevel van de officier van justitie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/071871-23
BESCHIKKING
in raadkamer op het bezwaarschrift ex artikel 61 van Pro de Overleveringswet (OLW) jo. artikel 62a, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) in de zaak van
[klager],
geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats] (Denemarken),
van Deense nationaliteit,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
thans gedetineerd in [detentieadres],
hierna te noemen “klager”,
tegen het bevel van de officier van justitie te Amsterdam van 17 maart 2023 tot het opleggen van beperkingen als bedoeld in artikel 62 Sv Pro.

1.Procesgang

Het bezwaarschrift is op 27 maart 2023 ter griffie van deze rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft op 5 april 2023 klager, mr. S. Drent, advocaat te Amsterdam, en de officier van justitie, mr. K. van der Schaft, in besloten raadkamer gehoord.
De rechtbank heeft op 5 april 2023 een tussenbeschikking gewezen en de zaak aangehouden tot 12 april 2023.
De rechtbank heeft op 12 april 2023 de raadsvrouw van klager, mr. S. Drent, advocaat te Amsterdam, en de officier van justitie, mr. K. van der Schaft, in besloten raadkamer gehoord. Klager heeft afstand gedaan van zijn recht om bij de behandeling aanwezig te zijn.

2.Tussenbeschikking 5 april 2023

De rechtbank verwijst naar de tussenbeschikking van 5 april 2023 voor wat betreft de feiten, de inhoud van het verzoekschrift, de (nadere) standpunten van de verdediging en de officier van justitie. Ook de overwegingen van de rechtbank dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.

3.Nadere beoordeling van het bezwaarschrift

Na de tussenbeschikking van 5 april 2023 is op 11 april 2023 een nieuw bevel beperkingen afgegeven door de officier van justitie. Daarin is het volgende bepaald:
de opgeëiste persoon mag zonder uitdrukkelijke toestemming van de officier van justitie geen bezoek ontvangen; deze beperking geldt niet ten aanzien van bezoek door de raadsman en politie;
de opgeëiste persoon mag geen telefonisch contact, middellijk noch onmiddellijk, hebben met anderen zonder uitdrukkelijke toestemming van de officier van justitie te Amsterdam; deze beperking geldt niet ten aanzien van telefonisch verkeer met de raadsman, justitiële autoriteiten en commissie van toezicht;

3. de opgeëiste persoon mag enkel brieven resp. pakketjes verzenden of ontvangen met voorafgaande toestemming van de Deense autoriteiten, aldus dat stukken eerst naar het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) worden gestuurd, waarna het IRC de Deense autoriteiten vraagt om al dan niet toestemming te verlenen. Deze beperking geldt niet ten aanzien van correspondentie met de raadsman, en justitiële autoriteiten en commissie van toezicht;

4. de opgeëiste persoon mag geen enkel contact hebben -schriftelijk noch telefonisch, middellijk noch onmiddellijk - met medegedetineerde(n); mondeling contact is WEL toegestaan.

5. het is de opgeëiste persoon toegestaan om televisie te kijken en kranten/tijdschriften te

lezen op zijn cel. Het is de opgeëiste persoon NIET toegestaan gebruik te maken van een computer/mobiele telefoon;

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen bezwaren (meer) bestaan ten aanzien van dit nieuwe bevel beperkingen.
De rechtbank zal het nader toegelichte bezwaarschrift daarom in zoverre gegrond verklaren dat voor klager de gewijzigde beperkingen gelden conform het bevel van de officier van justitie van 11 april 2023 zoals hiervoor opgesomd.

4.Beslissing

De rechtbank:
Verklaarthet nader toegelichte bezwaar in zoverre gegrond dat voor klager de beperkingen gelden conform het bevel van de officier van justitie van 11 april 2023.
Deze beschikking is gegeven op 12 april 2023 in raadkamer van deze rechtbank door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. L. Sanders en J.H. Beestman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier.