In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Sociale verzekeringsbank het AOW-pensioen van de overledene verlaagd omdat diens echtgenote de AOW-leeftijd had bereikt, waardoor de voorwaarden voor partnertoeslag niet meer werden voldaan.
Na het overlijden van de belanghebbende heeft een van de erfgenamen een verklaring ingediend om rechten voort te zetten, maar de rechtbank ontving geen ondertekende verklaring van alle erfgenamen noch een volmacht die bevoegdheid tot voortzetting bevestigt.
De rechtbank kon daardoor niet vaststellen dat alle erfgenamen het beroep wilden voortzetten en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Een inhoudelijke beoordeling van het geschil vond niet plaats, maar de rechtbank merkte op dat het beroep inhoudelijk ongegrond zou zijn geweest.
De uitspraak is gedaan door rechter A. Rodriguez Galvis en griffier N.M. van Trijp op 16 mei 2023. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.