Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2023:3343

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 mei 2023
Publicatiedatum
26 mei 2023
Zaaknummer
733480 / FA RK 23.3037
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 Wet zorg en dwangEVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voortzetting inbewaringstelling wegens onvoldoende medische onderbouwing

De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 mei 2023 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot machtiging van voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, een persoon met een psychogeriatrische aandoening. De medische verklaring was gebaseerd op een beoordeling via beeldbellen, waarbij betrokkene weigerde fysiek of via video met de ter zake kundig arts te spreken.

De rechtbank stelde vast dat de medische verklaring onvoldoende gemotiveerd was, omdat niet was verantwoord waarom een fysiek onderzoek niet mogelijk was. Volgens jurisprudentie op basis van het EVRM dient een medisch onderzoek in beginsel fysiek plaats te vinden, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is. De weigering van betrokkene om via beeldbellen te spreken, impliceert niet dat een fysiek onderzoek onmogelijk is; juist daardoor was een fysieke beoordeling noodzakelijk.

De advocaat van betrokkene betwistte bovendien de diagnose fronto-temporale lobaire degeneratie. Gezien het ontbreken van een deugdelijke medische onderbouwing en de betwisting van de diagnose, concludeerde de rechtbank dat niet aan de wettelijke criteria voor voortzetting van de inbewaringstelling was voldaan. Het verzoek werd daarom afgewezen.

De beschikking werd mondeling gegeven en later schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen vanwege onvoldoende medische onderbouwing.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/733480 – FA RK 23/3037
Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling
Beschikking van 12 mei 2023van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1948,
wonende te [adres] ,
verblijvende te [verblijfsadres] ,
zorgaanbieder, Amsta, locatie [locatie] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. E.P.H. van Esser te Amsterdam.

1.Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 10 mei 2023.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 mei 2023, in het gebouw van Amsta op de locatie [locatie] . Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
  • betrokkene;
  • de raadsvrouw;
  • mw. A. Duiker, specialist ouderengeneeskunde.

2.Beoordeling

2.1.
Op 9 mei 2023 heeft de burgemeester van de gemeente Amsterdam ten behoeve van de betrokkene een last tot inbewaringstelling afgegeven.
2.2.
In de medische verklaring is opgenomen dat het ernstige vermoeden bestaat dat het gedrag van de betrokkene als gevolg van zijn psychogeriatrische aandoening, te weten fronto-temporale lobaire degeneratie, onmiddellijk dreigend ernstig nadeel veroorzaakt.
2.3.
Uit de medische verklaring blijkt dat deze via beeldbellen tot stand is gekomen. Verder volgt ter motivering hiervan dat betrokkene is gezien door C. Silvis, arts-assistent van de crisisdienst en er is overlegd met de ter zake kundig arts, N. de Haas. Betrokkene zou hebben geweigerd via videoverbinding gezien/gesproken te worden door de ter zake kundig arts. De ter zake kundig arts heeft op basis van de beoordeling van C. Silvis kennis genomen van de situatie en stemt in met de aanvraag voor een inbewaringstelling. Beoordeling door de ter zake kundig arts op locatie zou niet direct te organiseren zijn geweest en daarbij weinig leek toe te voegen omdat betrokkene zou weigeren überhaupt in gesprek te gaan. Voor de diagnostiek wordt er met name teruggevallen op de oudere beoordeling door de ouderenpsychiater die de diagnose fronto-temporale dementie heeft vastgesteld. Het CIZ ziet geen reden om aan de betrouwbaarheid van het onafhankelijk onderzoek en de medische verklaring te twijfelen.
2.4.
Blijkens rechtspraak die berust op het EVRM dient de onafhankelijk psychiater het in de wet voor de diverse vormen van verplichte zorg voorgeschreven medische onderzoek in beginsel te verrichten aldus dat hij de betrokkene in een direct contact, dat wil zeggen: in diens fysieke aanwezigheid, spreekt en observeert. Dit is slechts anders indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om een weigering van de betrokkene om aan een onderzoek mee te werken, maar ook andere omstandigheden kunnen meebrengen dat onderzoek in fysieke aanwezigheid van de betrokkene niet of slechts beperkt mogelijk is. In die gevallen zal, met het oog op de beoogde maatregel, steeds op de best mogelijke manier moeten worden getracht inzicht te verkrijgen in de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene en de noodzaak tot het treffen van de beoogde maatregel.
2.5.
De rechtbank is van oordeel dat de ter zake kundig arts in zijn medische verklaring op geen enkele manier heeft verantwoord waarom onderzoek in fysieke aanwezigheid van de betrokkene redelijkerwijs niet mogelijk of niet verantwoord is. Dat betrokkene geen gesprek via beeldbellen wilde voeren, maakt niet dat daaruit de conclusie kan worden getrokken dat betrokkene ook fysiek niet in gesprek wilde gaan met de ter zake kundige arts. Sterker nog het maakt duidelijk dat een fysieke beoordeling des te meer noodzakelijk was. De advocaat van betrokkene heeft dan ook terecht bepleit dat de medische verklaring niet voldoet aan de eisen die de wet daaraan stelt. Dat geldt te meer nu de diagnose wordt betwist.
2.6.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat
nietis voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. Het verzoek zal derhalve worden afgewezen.

3.Beslissing

De rechtbank:
wijst afhet verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling.
Deze beschikking is op 12 mei 2023 mondeling gegeven door mr. M. van der Kaay, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door D.S. Strooper als griffier en op 24 mei 2023 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.