Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van de procedure bij de rechtbank
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
Kosten kinderen
Rechtbank Amsterdam
Het geschil betreft de vaststelling van de bijdrage in levensonderhoud en studiekosten van een jongmeerderjarige na zijn 21e verjaardag, voortvloeiend uit een ouderschapsplan bij echtscheiding.
De verzoeker, studerend met enige studievertraging door gezondheidsproblemen, vordert een hogere bijdrage van de vader dan eerder vastgesteld. De vader betwist dit en voert onder meer aan dat er geen overleg is over de studie en dat de bijdrage na de 21e verjaardag niet verplicht is.
Het hof oordeelt dat het ouderschapsplan een derdenbeding bevat dat de vader verplicht tot betaling zolang de jongmeerderjarige redelijk studeert, ook na de 21e verjaardag. Ondanks het ontbreken van overleg door verstoorde familieverhoudingen, mag de jongmeerderjarige hiervan geen nadeel ondervinden. De bijdrage wordt vastgesteld op €450 per maand, gelijk aan het bedrag vóór de 21e verjaardag.
De vader wordt niet veroordeeld in proceskosten, en het hoger beroep wordt deels toegewezen door de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw te beslissen over de bijdrage vanaf 4 januari 2022.
Uitkomst: De vader moet vanaf 4 januari 2022 tot 4 maart 2022 en vanaf 4 maart 2022 een bijdrage van €450 per maand betalen voor levensonderhoud en studiekosten.