ECLI:NL:RBAMS:2023:3430
Rechtbank Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap en vereffening vennootschap onder firma na echtscheiding
Partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn gescheiden per 14 juni 2017. Tot de huwelijksgemeenschap behoorde een vennootschap onder firma (vof) die per 1 september 2016 werd ontbonden. De man zette de onderneming voort als eenmanszaak. De vrouw vorderde onder meer de verdeling van de huwelijksgemeenschap en verkoop van het bedrijfspand.
De rechtbank had vastgesteld dat de vof per 1 september 2016 geen positieve waarde had en had de onderneming zonder verrekening aan de man toegedeeld. Het hof bevestigt dat de vof als afgescheiden vermogen niet betrokken kan worden bij de verdeling van de huwelijksgemeenschap en dat de vereffening van de vof nog moet plaatsvinden in een aparte procedure.
De man stelde dat hij recht had op een bedrag van €35.000,- wegens negatieve waarde van de vof, maar het hof volgt de deskundige die de waarde nihil acht. Diverse vorderingen van partijen met betrekking tot polisbetalingen, schulden en belastingaanslagen werden beoordeeld. Alleen de vordering van de vrouw tot betaling van €4.077,- door de man, erkend door de man, werd toegewezen met wettelijke rente.
De eisvermeerdering van de man in hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard. De proceskosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest bevestigt de eerdere vonnissen en wijst overige vorderingen af.
Uitkomst: Het hof wijst de eisvermeerdering van de man af, bevestigt de verdeling van de huwelijksgemeenschap en veroordeelt de man tot betaling van €4.077,- aan de vrouw met wettelijke rente.