ECLI:NL:RBAMS:2023:3623
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid over financiële situatie
Verzoekster, die sinds 2010 een bijstandsuitkering ontving, kreeg deze uitkering ingetrokken vanwege het schenden van haar inlichtingenplicht. Diverse stortingen en contante opnames op haar rekening, alsmede een verblijf in Suriname zonder melding, leidden tot onduidelijkheid over haar financiële situatie. De rechtbank oordeelde eerder dat de intrekking en afwijzing van haar bijstandsaanvragen terecht waren.
Na meerdere afgewezen aanvragen deed verzoekster op 15 maart 2023 opnieuw een aanvraag, welke op 5 mei 2023 werd afgewezen. Verzoekster vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening, stellende dat zij in financiële nood verkeert en haar woning dreigt te verliezen.
De voorzieningenrechter stelt dat een aanvrager de feiten en omstandigheden aannemelijk moet maken waaruit blijkt dat bijstand nodig is. Omdat verzoekster onvoldoende duidelijkheid gaf over de besteding van grote geldbedragen en haar schuldenpositie, mocht verweerder de bijstand weigeren. De rechter wijst het verzoek af, benadrukt het voorlopige karakter van het oordeel en wijst op een geplande hoorzitting binnen vier weken om alsnog duidelijkheid te verschaffen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor geen voorschotten worden verstrekt en er geen aanleiding is voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 9 juni 2023 door mr. H.J. Tijselink.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster onvoldoende duidelijkheid verschaft over haar financiële situatie.