De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van verduistering en valsheid in geschrift over perioden van 2005 tot 2015. Tijdens de terechtzittingen op 13 mei 2022 en 24 mei 2023 werd vastgesteld dat cruciale data, in 2016 in Suriname in beslag genomen, onderzocht moesten worden voor de waarheidsvinding.
Ondanks herhaalde verzoeken aan Surinaamse autoriteiten is er geen indicatie wanneer de benodigde data beschikbaar zullen zijn vanwege een langdurige verlofprocedure en achterstanden. Gezien het aanzienlijke tijdsverloop sinds de feiten en het ontbreken van zicht op de aard van de bestanden, acht de rechtbank het niet redelijk om te blijven wachten.
De rechtbank concludeert dat het dossier niet tijdig kan worden gecompleteerd en dat de zaak daardoor niet inhoudelijk behandeld kan worden. Het Openbaar Ministerie wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte. Tevens wordt de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard, en dragen beide partijen hun eigen kosten.