ECLI:NL:RBAMS:2023:3673
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontslag testamentair executeur wegens ontbreken gewichtige reden
De zaak betreft een verzoek van twee erfgenamen om de testamentair executeur te ontslaan vanwege interne geschillen over de nalatenschap van hun overleden ouder. De executeur heeft een privatieve vertegenwoordigingsbevoegdheid, wat volgens verzoekers het materiële geschil blokkeert of vertraagt.
De rechtbank stelt dat de executeur zowel intern als extern de nalatenschap vertegenwoordigt en dat de privatieve vertegenwoordigingsbevoegdheid niet leidt tot blokkades in interne geschillen. De nalatenschap bevindt zich in een lichte vereffeningsfase, waarbij de executeur nog steeds zijn taken vervult.
Gezien het wettelijke stelsel en het ontbreken van gewichtige redenen wijst de rechtbank het verzoek af en compenseert partijen in de proceskosten, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt. De uitspraak is gedaan door rechter C.M.E. de Koning op 14 juni 2023.
Uitkomst: Het verzoek tot ontslag van de testamentair executeur wordt afgewezen wegens het ontbreken van een gewichtige reden.