Op 28 november 2022 werd ingebroken in een woning te Uithoorn waarbij diverse laptops, een laptoptas, sieraden en een koptelefoon werden gestolen. Verdachte werd aangehouden op 29 november 2022 in een BMW die rond het tijdstip van de inbraak nabij de woning was uitgepeild. In de auto werden inbraakwerktuigen aangetroffen. Kort na de inbraak werden verdachte en een medeverdachte gezien met de gestolen goederen die zij later achterlieten bij een tankstation.
De rechtbank achtte het medeplegen van de woninginbraak wettig en overtuigend bewezen, waarbij de verklaring van verdachte dat hij de laptops voor € 100,- had gekocht niet geloofwaardig werd geacht. Verdachte had de enige sleutel van de BMW en gaf geen plausibele verklaring voor de aanwezigheid van de auto nabij de inbraaklocatie.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van vier maanden op, met aftrek van het voorarrest, rekening houdend met de ernst van het feit, het medeplegen, en het feit dat verdachte mogelijk betrokken is bij grensoverschrijdende criminaliteit. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van € 161,00 aan materiële schadevergoeding aan de benadeelde partij, met wettelijke rente en hoofdelijk aansprakelijk gesteld.
De vordering tot immateriële schade werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank wees tevens de overige vorderingen af en legde een schadevergoedingsmaatregel op. Verdachte werd vrijgesproken van de subsidiaire tenlasteleggingen en overige niet bewezen verklaarde feiten.