ECLI:NL:RBAMS:2023:3725
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- E. Slager
- F.J. Lourens
- C.J.M. Wildeman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplichtigheid aan oplichting wegens ontbreken opzet
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplichtigheid aan oplichting door zijn rekeningnummer ter beschikking te stellen voor het ontvangen van gelden van het slachtoffer in juni 2016. De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege overschrijding van de redelijke termijn, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
De rechtbank stelde vast dat de redelijke termijn van twee jaar met ruim vier jaar was overschreden, maar dat dit niet leidde tot niet-ontvankelijkheid van het OM. De inhoudelijke beoordeling richtte zich op het ontbreken van bewijs voor het vereiste dubbele opzet: zowel opzet op de oplichting als opzet om daarbij behulpzaam te zijn.
Hoewel verdachte bedragen van het slachtoffer op zijn rekening had ontvangen, was dit op zichzelf onvoldoende bewijs voor opzet. De verklaring van een andere betrokkene die geld op zijn rekening had ontvangen en dit aan medeverdachten had doorgegeven, was niet toereikend om verdachte te verbinden aan het opzettelijk medeplichtig zijn.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastelegging en verklaarde de vordering van het slachtoffer niet-ontvankelijk. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor opzet op medeplichtigheid aan oplichting.