ECLI:NL:RBAMS:2023:3726
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- E. Slager
- F.J. Lourens
- C.J.M. Wildeman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplichtigheid aan afdreiging wegens ontbreken dubbele opzet
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van medeplichtigheid aan afdreiging door als chauffeur op te treden bij het ophalen van geld en/of op de uitkijk te staan in juni 2016. De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege overschrijding van de redelijke termijn en het ontbreken van het klachtvereiste.
De rechtbank oordeelde dat de redelijke termijn met bijna zeven jaar was overschreden, maar dat dit niet tot niet-ontvankelijkheid leidt volgens vaste rechtspraak. Ook werd vastgesteld dat het klachtvereiste van artikel 318 lid 3 Sr Pro was vervuld, omdat uit de aangifte en aanvullende verklaringen onmiskenbaar bleek dat het slachtoffer wilde dat alle daders werden vervolgd, ook al werd verdachte niet expliciet genoemd.
Ten aanzien van de inhoudelijke tenlastelegging concludeerde de rechtbank dat niet kon worden vastgesteld dat verdachte de vereiste dubbele opzet had op de afdreiging en het behulpzaam zijn daarbij. Daarom werd verdachte vrijgesproken. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard. De kosten werden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplichtigheid aan afdreiging wegens ontbreken van dubbele opzet.