ECLI:NL:RBAMS:2023:3959
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot medewerking overdracht woning wegens onduidelijkheid dwaling
Partijen, gehuwd in Polen, kochten gezamenlijk een woning in Nederland in 2016. Zij sloten een overeenkomst waarin werd afgesproken dat bij scheiding de woning aan eiser zou toekomen en gedaagde afstand zou doen van haar aandeel. Gedaagde betwistte dat zij bewust afstand deed en stelt dat zij door de toedeling meer dan een vierde deel benadeeld is, waardoor de overeenkomst vernietigbaar is op grond van artikel 3:196 BW Pro.
Eiser vordert in kort geding dat gedaagde meewerkt aan de overdracht van de woning aan hem. De voorzieningenrechter overweegt dat vernietiging wegens dwaling alleen mogelijk is als benadeling meer dan een vierde deel bedraagt, wat niet wordt betwist. Echter, eiser slaagt er niet in aannemelijk te maken dat gedaagde ondubbelzinnig afstand deed van haar aandeel, mede omdat de overeenkomst in het Nederlands is opgesteld en gedaagde de taal niet machtig is.
De verklaring van de hypotheekadviseur is onvoldoende om te bewijzen dat gedaagde de inhoud begreep. Zonder nader onderzoek kan niet worden vastgesteld dat gedaagde de verdeling te haar bate of schade heeft aanvaard. Daarom wordt de vordering afgewezen en draagt iedere partij haar eigen proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot medewerking aan overdracht van de woning wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid dat gedaagde ondubbelzinnig afstand deed van haar aandeel.