In deze civiele zaak vordert eiser betaling van een factuur van €7.139,00 van september 2022, vermeerderd met rente en incassokosten, gesteld dat hij de gedaagde partij heeft begeleid bij een herstructurering. De gedaagde partij, Otentica B.V., voert verweer dat zij in de betreffende periode nog niet bestond en dat eiser de verkeerde partij heeft gedagvaard.
Eiser verzoekt in een incident om naamswijziging van de gedaagde partij naar Otentica Holding B.V., omdat partijen het erover eens zouden zijn dat het geschil eigenlijk met deze vennootschap gaat. Alternatief verzoekt hij om toestemming om Holding in vrijwaring op te roepen. De kantonrechter oordeelt dat Otentica en Holding twee afzonderlijke rechtspersonen zijn, met verschillende bestuurders en dat het verzoek tot naamswijziging feitelijk neerkomt op een partijwissel, wat niet mogelijk is.
Ook het verzoek tot oproeping in vrijwaring wordt afgewezen omdat eiser niet heeft gesteld dat Holding gehouden zou zijn tot vergoeding indien de vordering tegen Otentica wordt afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De zaak wordt aangehouden en zal op 4 juli 2023 worden voortgezet voor mondelinge behandeling.