De zaak betreft een geschil tussen Stichting De Alliantie en een huurder over het onderhoud van de tuin bij een gehuurde woning. De Alliantie vorderde dat de huurder de tuin binnen een maand zodanig onderhoudt dat deze verzorgd oogt en dat planten niet hoger dan 2 meter worden en niet over de erfgrens groeien. De huurder had herhaaldelijk beloofd dit te doen, maar kwam hier niet aan toe.
Tijdens de procedure werd overeengekomen dat de huurder de tuin vóór 1 april 2023 zou opknappen, maar dit gebeurde niet volledig. De Alliantie vroeg daarop om vonnis en trok een deel van haar vordering in. De kantonrechter oordeelde dat de huurder op grond van de huurovereenkomst en het Burgerlijk Wetboek verplicht is het gevorderde onderhoud uit te voeren.
De kantonrechter stelde een dwangsom vast van €25 per dag, met een maximum van €5.000, die pas een maand na betekening van het vonnis ingaat. Hiermee krijgt de huurder nog een kans om het onderhoud te verrichten en inspectie toe te staan. De huurder werd tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.