ECLI:NL:RBAMS:2023:4003
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt uitspraak op bezwaar wegens niet toekennen proceskostenvergoeding
Eiser kreeg op 18 maart 2021 een naheffingsaanslag parkeerbelasting van de gemeente Amsterdam. Tegen deze aanslag maakte eiser bezwaar op 15 april 2021. Omdat de heffingsambtenaar niet tijdig op het bezwaar besliste, stelde eiser op 3 januari 2022 de ambtenaar in gebreke en verzocht om een dwangsom. De ambtenaar wees dit verzoek aanvankelijk af, maar herzag dit besluit later en kende alsnog een dwangsom toe.
Het beroep bij de rechtbank richtte zich op het niet toekennen van een proceskostenvergoeding in de uitspraak op bezwaar. De heffingsambtenaar erkende dat ten onrechte geen oordeel was gegeven over de proceskosten. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het deel van de uitspraak op bezwaar dat geen proceskostenvergoeding toekende.
Vervolgens nam de rechtbank zelf een beslissing en veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar en beroep, inclusief het griffierecht. De vergoeding werd vastgesteld aan de hand van het gewicht van de zaak en het aantal toegekende punten voor rechtsbijstand, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak werd op 26 juni 2023 in het openbaar gedaan door rechter M.W. Speksnijder. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van proceskosten en griffierecht wegens het niet toekennen van proceskostenvergoeding in bezwaar.