ECLI:NL:RBAMS:2023:4004
Rechtbank Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Herroeping naheffingsaanslag parkeerbelasting en toekenning proceskostenvergoeding
Op 31 maart 2022 legde de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting op. Verweerder verklaarde het bezwaarschrift van eiser in eerste instantie niet-ontvankelijk wegens te late indiening, maar vernietigde ambtshalve de naheffingsaanslag. Omdat het bezwaar ambtshalve werd behandeld, werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Eiser stelde beroep in tegen het niet toekennen van de proceskostenvergoeding en voerde aan dat het bezwaar wel tijdig was ingediend en dat nader onderzoek had moeten plaatsvinden. Verweerder erkende in het verweerschrift dat het bezwaar tijdig was en dat het beroep gegrond moest worden verklaard.
De rechtbank behandelde het beroep op 26 juni 2023, waarbij de gemachtigde van verweerder aanwezig was en de gemachtigde van eiser niet. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak op bezwaar waarin geen proceskostenvergoeding was toegekend, en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte.
De rechtbank veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van het griffierecht van €50,- en tot betaling van €806,25 aan proceskosten in bezwaar en beroep. De beslissing is gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, herroept het besluit en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.