MG&H vordert vergoeding van schade wegens vermeende beroepsfouten van haar advocaat [gedaagde 22] en diens kantoor Van Diepen Van der Kroef. MG&H stelt dat de advocaat tekort is geschoten bij het opstellen van de aanvullende overeenkomst, het voeren van procedures en bij het adviseren over de gewijzigde huurovereenkomst en onderopstalakte.
De rechtbank stelt vast dat drie beroepsfouten gegrond zijn: het niet opnemen van een change of control-bepaling in de aanvullende overeenkomst, het niet betrekken van Grontmij in de kort gedingprocedure, en het niet opnemen van een marktconforme huurvoorwaarden-bepaling in de gewijzigde onderopstalakte. Echter, er is geen causaal verband met schade aangetoond.
De overige verwijten van MG&H worden ongegrond verklaard. De rechtbank concludeert dat MG&H geen schade heeft geleden door de tekortkomingen en wijst de vorderingen af. MG&H wordt veroordeeld in de proceskosten van Van Diepen c.s.