Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen waarin de redengevende feiten en omstandigheden zijn vervat, bewezen dat verdachte
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Beslag
10.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
.Voorts verzoekt zij het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd (3 januari 2023).
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd (3 januari 2023).
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd (3 januari 2023).
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd (3 januari 2023).
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd (3 januari 2023).
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstraf van 3 (drie) jaren.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd.
[slachtoffer 1]toe tot een bedrag van € 26.700,-, (zesentwintigduizendzevenhonderd euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 16 juni 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, en € 7.500,- (zevenduizendvijfhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 januari 2023) tot aan de dag van de algehele voldoening.
[slachtoffer 2]toe tot een bedrag van € 7.500,- (zevenduizendvijfhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 januari 2023) tot aan de dag van de algehele voldoening.
[slachtoffer 3]toe tot een bedrag van € 3.140,20 (drieduizendhonderdveertig euro en twintig cent) aan vergoeding van materiële schade en
[slachtoffer 4]toe tot een bedrag van € 4.161,90 (vierduizendhonderdeenenzestig euro en negentig cent) aan vergoeding van materiële schade en € 4.000,- (vierduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 januari 2023) tot aan de dag van de algehele voldoening.
[benadeelde partij]toe tot een bedrag van