Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Beoordeling
2.Beslissing
[opgeëiste persoon]voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft op 29 juni 2023 een beslissing genomen op een verzoek van de Belgische onderzoeksrechter om aanvullende toestemming te verlenen voor vervolging van een overgeleverde persoon voor feiten die vóór de overlevering zijn begaan.
Het verzoek werd beoordeeld aan de hand van artikel 14 van Pro de Overleveringswet en het Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De overgeleverde persoon werd gehoord en verklaarde niet af te zien van het specialiteitsbeginsel, dat beperkingen stelt aan vervolging na overlevering.
De rechtbank stelde vast dat het verzoek niet ondersteund werd door een nationaal arrestatiebevel, hetgeen volgens artikel 27, vierde lid, in verbinding met artikel 8, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ, noodzakelijk is voor een verzoek om aanvullende toestemming. De uitvaardigende justitiële autoriteit gaf aan dat vanwege het specialiteitsbeginsel geen nationaal aanhoudingsbevel kon worden uitgevaardigd en dat een nieuw Europees arrestatiebevel niet mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de afwezigheid van een nationaal arrestatiebevel betekent dat het verzoek niet kan worden ingewilligd en heeft daarom de aanvullende toestemming geweigerd.
Uitkomst: De rechtbank weigert aanvullende toestemming voor vervolging wegens ontbreken van een nationaal arrestatiebevel.