ECLI:NL:RBAMS:2023:4102

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 juni 2023
Publicatiedatum
4 juli 2023
Zaaknummer
13/098010-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 OLWArt. 8 Kaderbesluit 2002/584/JBZArt. 27 Kaderbesluit 2002/584/JBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering aanvullende toestemming vervolging wegens ontbreken nationaal arrestatiebevel

De rechtbank Amsterdam heeft op 29 juni 2023 een beslissing genomen op een verzoek van de Belgische onderzoeksrechter om aanvullende toestemming te verlenen voor vervolging van een overgeleverde persoon voor feiten die vóór de overlevering zijn begaan.

Het verzoek werd beoordeeld aan de hand van artikel 14 van Pro de Overleveringswet en het Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De overgeleverde persoon werd gehoord en verklaarde niet af te zien van het specialiteitsbeginsel, dat beperkingen stelt aan vervolging na overlevering.

De rechtbank stelde vast dat het verzoek niet ondersteund werd door een nationaal arrestatiebevel, hetgeen volgens artikel 27, vierde lid, in verbinding met artikel 8, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ, noodzakelijk is voor een verzoek om aanvullende toestemming. De uitvaardigende justitiële autoriteit gaf aan dat vanwege het specialiteitsbeginsel geen nationaal aanhoudingsbevel kon worden uitgevaardigd en dat een nieuw Europees arrestatiebevel niet mogelijk was.

De rechtbank oordeelde dat de afwezigheid van een nationaal arrestatiebevel betekent dat het verzoek niet kan worden ingewilligd en heeft daarom de aanvullende toestemming geweigerd.

Uitkomst: De rechtbank weigert aanvullende toestemming voor vervolging wegens ontbreken van een nationaal arrestatiebevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/098010-23
Datum beslissing: 29 juni 2023
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 2 juni 2023, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door de onderzoeksrechter te Brussel (België) op 27 januari 2023 en betreft:
[opgeëiste persoon]
geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] (Albanië),
gedetineerd in [detentieplaats],
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1.Beoordeling

Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen. Op 20 april 2023 is de betrokkene gehoord op het verzoek. Hij heeft bij die gelegenheid verklaard niet af te zien van het specialiteitsbeginsel.
Het verzoek betreft feiten waarvoor krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
Uit de stukken blijkt niet dat aan het verzoek een nationaal arrestatiebevel ten grondslag ligt. Desgevraagd heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit per e-mail van 16 februari 2023 laten weten dat het vanwege het principe van specialiteit niet mogelijk is een nationaal aanhoudingsbevel voor betrokkene uit te vaardigen en dat, aangezien betrokkene al in België is gedetineerd, een nieuw EAB eveneens niet tot de mogelijkheden behoort, aangezien dat dient te zien op voortvluchtigen.
Uit artikel 27, vierde lid in verbinding met artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, Kaderbesluit 2002/584/JBZ blijkt naar het oordeel van de rechtbank duidelijk dat ook aan een verzoek om aanvullende toestemming een nationale rechterlijke beslissing in de zin van laatstgenoemde bepaling ten grondslag moet worden gelegd. Anders dan door de uitvaardigende justitiële autoriteit gesteld, is de enkele uitvaardiging van zo’n beslissing niet in strijd met het specialiteitsbeginsel, alleen de daadwerkelijke uitvoering daarvan. [1]
Omdat de vermelding van een nationaal aanhoudingsbevel ontbreekt zal de rechtbank het verzoek afwijzen.

2.Beslissing

De rechtbank:
WEIGERTtoestemming voor uitbreiding van de vervolging van
[opgeëiste persoon]voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 29 juni 2023 door
mr. M.M.L.A.T. Doll, voorzitter,
mrs. Ch.A. van Dijk en B. Yesilgöz, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I. van Heusden, griffier.

Voetnoten

1.Zie artikel 27, tweede lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ.