Op 30 oktober 2019 vond een dodelijk arbeidsongeval plaats op een bouwlocatie in Loosdrecht. Tijdens het hijsen van een betonslang met een funderingsmachine raakte de hijskabel klem, waardoor een werkplatform losraakte en naar beneden viel. Het slachtoffer, een werknemer van het funderingsbedrijf, werd geraakt en overleed ter plaatse aan zijn verwondingen.
De officier van justitie beschuldigde het funderingsbedrijf van het niet naleven van diverse voorschriften uit de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbobesluit, waardoor levensgevaar ontstond. De verdediging voerde aan dat het bedrijf niet opzettelijk had gehandeld en dat de gedragingen niet aan de rechtspersoon konden worden toegerekend.
De rechtbank oordeelde dat het tenlastegelegde niet bewezen kon worden. Uit het dossier bleek dat het gevaar van het klemlopen van de hijskabel niet bekend was in instructies of branchevoorschriften, en dat het bedrijf voldoende maatregelen had genomen, zoals het opstellen van een medewerkershandboek met instructies over veilig hijsen. Er was geen bewijs dat het bedrijf de Arbowet of het Arbobesluit had overtreden.
Daarom sprak de rechtbank het funderingsbedrijf vrij van alle tenlastegelegde onderdelen. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer voor economische strafzaken van de rechtbank Amsterdam op 6 juli 2023.